BWBR0035840
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 4.4
Regeling cofinanciering sectorplannen 2015
1. Voor zover de uitvoering van het sectorplan een periode beslaat van twaalf maanden of langer, overlegt de hoofdaanvrager, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister (elektronisch) beschikbaar gestelde formulier, uiterlijk acht weken na afloop van die twaalf maanden een tussentijds voortgangsverslag.
Het tussentijds voortgangsverslag bevat ten minste de gerealiseerde aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de resultaten.
2. Voor zover de uitvoering van het sectorplan door toepassing van artikel 1.2aof artikel 3.6, zesde lid, een periode beslaat van meer dan 24 maanden, overlegt de hoofdaanvrager, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister (elektronisch) beschikbaar gestelde formulier, uiterlijk acht weken na afloop van die 24 maanden een tussentijds voortgangsverslag. Het tussentijds voortgangsverslag bevat ten minste de gerealiseerde aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de resultaten.
3. De hoofdaanvrager verstrekt bij het tussentijds voortgangsverslag, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister (elektronisch) beschikbaar gestelde formulier, aan de minister het burgerservicenummer van de deelnemers per maatregel in het sectorplan waarvoor cofinanciering is verstrekt.
4. Indien de hoofdaanvrager voorschotten ontvangt als bedoeld in artikel 4.3, kan de minister in de beschikking tot subsidieverlening de verplichting opleggen dat het tussentijdse voortgangsverslag is voorzien van een controleverklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, volgens een door de minister voor te schrijven model.
Het tussentijds voortgangsverslag bevat ten minste de gerealiseerde aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de resultaten.
2. Voor zover de uitvoering van het sectorplan door toepassing van artikel 1.2aof artikel 3.6, zesde lid, een periode beslaat van meer dan 24 maanden, overlegt de hoofdaanvrager, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister (elektronisch) beschikbaar gestelde formulier, uiterlijk acht weken na afloop van die 24 maanden een tussentijds voortgangsverslag. Het tussentijds voortgangsverslag bevat ten minste de gerealiseerde aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de resultaten.
3. De hoofdaanvrager verstrekt bij het tussentijds voortgangsverslag, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister (elektronisch) beschikbaar gestelde formulier, aan de minister het burgerservicenummer van de deelnemers per maatregel in het sectorplan waarvoor cofinanciering is verstrekt.
4. Indien de hoofdaanvrager voorschotten ontvangt als bedoeld in artikel 4.3, kan de minister in de beschikking tot subsidieverlening de verplichting opleggen dat het tussentijdse voortgangsverslag is voorzien van een controleverklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, volgens een door de minister voor te schrijven model.