BWBR0035840
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 3.6
Regeling cofinanciering sectorplannen 2015
1. Maatregelen als bedoeld in de artikelen 3.2 tot en met 3.5, die tot doel hebben om werknemers op te leiden door middel van algemene opleiding kunnen voor cofinanciering in aanmerking komen. De subsidiabele kosten zijn:
a. de loonkosten van de opleiders en diegene die bij de werkgever waarbij de arbeidsovereenkomst zal worden beëindigd, werkzaam zijn en een opleiding volgen;
b. verplaatsings- en verblijfskosten;
c. opleidingsbenodigdheden;
d. begeleiding en advisering van opleidingstrajecten.
2. Een maatregel komt slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover het subsidiebedrag niet meer dan 2 miljoen euro per arbeidsorganisatie per opleidingsproject bedraagt.
3. Indien een deelnemer aan de opleidingen, bedoeld in dit hoofdstuk, recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswetinformeert de hoofdaanvrager namens de uitvoerders van de opleidingen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen eenmaal per zes maanden over de deelnemers die de opleidingstrajecten volgen.
4. De hoofdaanvrager geeft een verklaring van deelname aan de deelnemer indien:
a. er omscholing als bedoeld in de artikelen 3.2 en 3.4 of bijscholing als bedoeld in artikel 3.4 wordt gevolgd waarvoor op grond van het sectorplan subsidie is verleend; en
b. de werkgever direct na afloop van de scholing een baangarantie van ten minste één jaar biedt.
5. De werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties uit het samenwerkverband kunnen gezamenlijk afwijken van de duur van de baangarantie als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, en afwijkende regels stellen over de baangarantie, waarbij ook kan worden bepaald dat de sector of de arbeidsmarktregio, in plaats van de werkgever, de baangarantie verstrekt.
6. De maximale termijn, bedoeld in artikel 1.2, zesde lid, en hetgeen is bepaald in artikel 4.2, eerste lid, onderdeel c, zijn niet van toepassing indien de maatregelen bestaan uit scholing in de vorm van een beroepsbegeleidende leerweg, mits er binnen twaalf maanden na de datum van de subsidiebeschikking, bedoeld in artikel 2.4, een aanvang wordt gemaakt met de uitvoering. In afwijking van artikel 4.5, eerste lid, dient de hoofdaanvrager binnen dertien weken na beëindiging van de uitvoering van alle in de subsidiebeschikking genoemde maatregelen, doch uiterlijk binnen dertien weken na afloop van een termijn van zesendertig maanden na de datum van die subsidiebeschikking een aanvraag tot subsidievaststelling van het volledige sectorplan in bij de minister onder gebruikmaking van het daartoe door de minister beschikbaar gestelde (elektronisch) formulier.
a. de loonkosten van de opleiders en diegene die bij de werkgever waarbij de arbeidsovereenkomst zal worden beëindigd, werkzaam zijn en een opleiding volgen;
b. verplaatsings- en verblijfskosten;
c. opleidingsbenodigdheden;
d. begeleiding en advisering van opleidingstrajecten.
2. Een maatregel komt slechts voor cofinanciering in aanmerking voor zover het subsidiebedrag niet meer dan 2 miljoen euro per arbeidsorganisatie per opleidingsproject bedraagt.
3. Indien een deelnemer aan de opleidingen, bedoeld in dit hoofdstuk, recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswetinformeert de hoofdaanvrager namens de uitvoerders van de opleidingen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen eenmaal per zes maanden over de deelnemers die de opleidingstrajecten volgen.
4. De hoofdaanvrager geeft een verklaring van deelname aan de deelnemer indien:
a. er omscholing als bedoeld in de artikelen 3.2 en 3.4 of bijscholing als bedoeld in artikel 3.4 wordt gevolgd waarvoor op grond van het sectorplan subsidie is verleend; en
b. de werkgever direct na afloop van de scholing een baangarantie van ten minste één jaar biedt.
5. De werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties uit het samenwerkverband kunnen gezamenlijk afwijken van de duur van de baangarantie als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, en afwijkende regels stellen over de baangarantie, waarbij ook kan worden bepaald dat de sector of de arbeidsmarktregio, in plaats van de werkgever, de baangarantie verstrekt.
6. De maximale termijn, bedoeld in artikel 1.2, zesde lid, en hetgeen is bepaald in artikel 4.2, eerste lid, onderdeel c, zijn niet van toepassing indien de maatregelen bestaan uit scholing in de vorm van een beroepsbegeleidende leerweg, mits er binnen twaalf maanden na de datum van de subsidiebeschikking, bedoeld in artikel 2.4, een aanvang wordt gemaakt met de uitvoering. In afwijking van artikel 4.5, eerste lid, dient de hoofdaanvrager binnen dertien weken na beëindiging van de uitvoering van alle in de subsidiebeschikking genoemde maatregelen, doch uiterlijk binnen dertien weken na afloop van een termijn van zesendertig maanden na de datum van die subsidiebeschikking een aanvraag tot subsidievaststelling van het volledige sectorplan in bij de minister onder gebruikmaking van het daartoe door de minister beschikbaar gestelde (elektronisch) formulier.