BWBR0035829
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 5.5
Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015
1. Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg voorts de volgende gegevens, indien de onderneming:
a. vloeibare biobrandstof wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de bedrijfslocaties;
2°. per bedrijfslocatie de naam van het voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssystemen;
3°. het certificaat en de geldigheidsduur daarvan van het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen, bedoeld in onderdeel b.
1°. de naam en het vestigingsadres van de bedrijfslocaties;
2°. per bedrijfslocatie de naam van het voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssystemen;
3°. het certificaat en de geldigheidsduur daarvan van het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen, bedoeld in onderdeel b.
b. gasvormige biobrandstof wil inboeken: 1°. het aantal gasaansluitingen ten behoeve van leveringen aan vervoer in Nederland dat hij bezit, en
2°. het EAN van die aansluitingen.
1°. het aantal gasaansluitingen ten behoeve van leveringen aan vervoer in Nederland dat hij bezit, en
2°. het EAN van die aansluitingen.
c. hernieuwbare brandstof wil inboeken: de naam van de producent van de hernieuwbare brandstof.
d. elektriciteit wil inboeken: 1°. het aantal elektriciteitsaansluitingen dat hij bezit;
2°. het EAN van die aansluitingen.
1°. het aantal elektriciteitsaansluitingen dat hij bezit;
2°. het EAN van die aansluitingen.
a. vloeibare biobrandstof wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de bedrijfslocaties;
2°. per bedrijfslocatie de naam van het voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssystemen;
3°. het certificaat en de geldigheidsduur daarvan van het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen, bedoeld in onderdeel b.
1°. de naam en het vestigingsadres van de bedrijfslocaties;
2°. per bedrijfslocatie de naam van het voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssystemen;
3°. het certificaat en de geldigheidsduur daarvan van het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen, bedoeld in onderdeel b.
b. gasvormige biobrandstof wil inboeken: 1°. het aantal gasaansluitingen ten behoeve van leveringen aan vervoer in Nederland dat hij bezit, en
2°. het EAN van die aansluitingen.
1°. het aantal gasaansluitingen ten behoeve van leveringen aan vervoer in Nederland dat hij bezit, en
2°. het EAN van die aansluitingen.
c. hernieuwbare brandstof wil inboeken: de naam van de producent van de hernieuwbare brandstof.
d. elektriciteit wil inboeken: 1°. het aantal elektriciteitsaansluitingen dat hij bezit;
2°. het EAN van die aansluitingen.
1°. het aantal elektriciteitsaansluitingen dat hij bezit;
2°. het EAN van die aansluitingen.