BWBR0035810
Geldig vanaf 01-01-2015
Artikel 8
Regeling Medisch specialistische zorg
De regels voor het openen van een zorgtraject zijn afhankelijk van het zorgtype (ZT) van het subtraject.
8.1 Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek14Op de voorwaarde behandeling én diagnostiek geldt een uitzondering indien de patiënt na diagnosestelling definitief wordt doorverwezen naar een andere hoofdbehandelaar van een ander poortspecialisme waar behandeling plaatsvindt, zonder dat de patiënt behandeld is door de eerste hoofdbehandelaar. In dit geval kunnen beide poortspecialismen een zorgtraject openen. niet past binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. a. Een parallel zorgtraject (met bij behorende subtrajecten ZT11 en ZT21) bij eenzelfde specialisme mag alleen worden geregistreerd indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject15Indien er bij een specialisme (bijvoorbeeld kindergeneeskunde) sprake is van één zorgvraag waarbij verschillende subspecialismen zijn betrokken, mag er één zorgtraject worden geregistreerd. (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Daarbij geldt ook dat aan beide onderstaande voorwaarden moet worden voldaan: Het subtraject van het parallelle zorgtraject16Parallelle subtrajecten waarvoor de extra profieleisen gelden zijn subtrajecten die niet binnen het eerst geopende zorgtraject vallen. Hierbij is dus niet de openingsdatum van het subtraject bepalend, maar de openingsdatum van het zorgtraject. dient een zorgprofiel te hebben met eigen zorgactiviteiten met: • minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen, en/of
• minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse17Zorgprofielklasse 1 staat voor een polikliniekbezoek/consult, zorgprofielklasse 2 staat voor een dagverpleging/langdurige observatie en zorgprofielklasse 3 staat voor een verpleegdag. 1, 2 of 3.* * In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
* In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen, en/of
• minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse17Zorgprofielklasse 1 staat voor een polikliniekbezoek/consult, zorgprofielklasse 2 staat voor een dagverpleging/langdurige observatie en zorgprofielklasse 3 staat voor een verpleegdag. 1, 2 of 3.* * In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
* In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
b. Voor parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen geldt: – Indien sprake is van beide zijden operatief en geen identieke diagnosen in de diagnose-combinatietabel, mogen twee zorgtrajecten worden gedeclareerd.
– In alle andere situaties mag één zorgtraject worden gedeclareerd.
– Indien sprake is van beide zijden operatief en geen identieke diagnosen in de diagnose-combinatietabel, mogen twee zorgtrajecten worden gedeclareerd.
– In alle andere situaties mag één zorgtraject worden gedeclareerd.
c. Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, kunnen de opvolgende verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar. Hierbij dient wel voldaan te worden aan de regel dat binnen een specialisme maximaal één klinisch DBC-zorgproduct geopend mag worden tijdens het klinische traject van de patiënt.
a. Een parallel zorgtraject (met bij behorende subtrajecten ZT11 en ZT21) bij eenzelfde specialisme mag alleen worden geregistreerd indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject15Indien er bij een specialisme (bijvoorbeeld kindergeneeskunde) sprake is van één zorgvraag waarbij verschillende subspecialismen zijn betrokken, mag er één zorgtraject worden geregistreerd. (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Daarbij geldt ook dat aan beide onderstaande voorwaarden moet worden voldaan: Het subtraject van het parallelle zorgtraject16Parallelle subtrajecten waarvoor de extra profieleisen gelden zijn subtrajecten die niet binnen het eerst geopende zorgtraject vallen. Hierbij is dus niet de openingsdatum van het subtraject bepalend, maar de openingsdatum van het zorgtraject. dient een zorgprofiel te hebben met eigen zorgactiviteiten met: • minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen, en/of
• minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse17Zorgprofielklasse 1 staat voor een polikliniekbezoek/consult, zorgprofielklasse 2 staat voor een dagverpleging/langdurige observatie en zorgprofielklasse 3 staat voor een verpleegdag. 1, 2 of 3.* * In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
* In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen, en/of
• minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse17Zorgprofielklasse 1 staat voor een polikliniekbezoek/consult, zorgprofielklasse 2 staat voor een dagverpleging/langdurige observatie en zorgprofielklasse 3 staat voor een verpleegdag. 1, 2 of 3.* * In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
* In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
b. Voor parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen geldt: – Indien sprake is van beide zijden operatief en geen identieke diagnosen in de diagnose-combinatietabel, mogen twee zorgtrajecten worden gedeclareerd.
– In alle andere situaties mag één zorgtraject worden gedeclareerd.
– Indien sprake is van beide zijden operatief en geen identieke diagnosen in de diagnose-combinatietabel, mogen twee zorgtrajecten worden gedeclareerd.
– In alle andere situaties mag één zorgtraject worden gedeclareerd.
c. Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, kunnen de opvolgende verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar. Hierbij dient wel voldaan te worden aan de regel dat binnen een specialisme maximaal één klinisch DBC-zorgproduct geopend mag worden tijdens het klinische traject van de patiënt.
8.2 In sommige gevallen kan er sprake zijn van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen betrokken zijn als hoofdbehandelaar.19Op de voorwaarde van hoofdbehandelaarschap geldt een uitzondering voor de interventieradioloog en radiotherapeut. In dat geval is sprake van een multidisciplinaire behandelingen opent elk (poort)specialisme een eigen zorgtraject. Er dient voor elk specialisme wel sprake te zijn van een eigen behandeling.
8.3 Bij sommige zorgvragen kan er sprake zijn van een zorgtraject waarbij zowel een poortspecialist als een SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist en/of physician assistant een deel van de prestaties in het kader van deze zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt er één zorgtraject geopend. Er is dan geen sprake van multidisciplinaire behandeling.
8.4 Een zorgtraject met subtraject ZT1320Het specialisme geriatrische revalidatiezorg beschikt niet over het zorgtype 13. Het ICC valt voor dit specialisme onder zorgtype 11. wordt door de poortspecialist geopend bij een intercollegiaal consult (ICC) voor een patiënt die klinisch is opgenomen. Hierbij geldt het volgende: – Een ICC mag alleen worden geregistreerd bij een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of IC-behandeldagen of verblijfsdagen GGZ op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd.
– Bij een dagverpleging en langdurige observatie zonder overnachting (zorgactiviteit 190091) mag geen ICC zorg/subtraject worden geopend.
– Een specialisme mag per klinische opname ten hoogste één ICC zorg/subtraject (dat uit meerdere contacten kan bestaan) voor een intercollegiaal consult registreren. Bij een klinische opname kunnen wel meerdere specialismen één ICC zorg/subtraject openen.
– Wanneer na een ICC de behandeling van de patiënt wordt overgenomen (of resulteert in een medebehandeling), mag geen (ICC) zorg/subtraject worden geopend. Het zorgtype van het subtraject moet worden omgezet van ZT13 naar ZT11 en de ICC-diagnosecode naar de diagnosecode die hoort bij de te behandelen zorgvraag.
– Wanneer een specialisme dat de patiënt reeds onder behandeling heeft, een verzoek krijgt van een ander specialisme voor een intercollegiaal consult, dan mag het eerstgenoemde specialisme een ICC zorg/subtraject openen naast het reeds lopende zorgtraject voor de eigen reguliere behandeling.
– Een ICC mag alleen worden geregistreerd bij een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of IC-behandeldagen of verblijfsdagen GGZ op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd.
– Bij een dagverpleging en langdurige observatie zonder overnachting (zorgactiviteit 190091) mag geen ICC zorg/subtraject worden geopend.
– Een specialisme mag per klinische opname ten hoogste één ICC zorg/subtraject (dat uit meerdere contacten kan bestaan) voor een intercollegiaal consult registreren. Bij een klinische opname kunnen wel meerdere specialismen één ICC zorg/subtraject openen.
– Wanneer na een ICC de behandeling van de patiënt wordt overgenomen (of resulteert in een medebehandeling), mag geen (ICC) zorg/subtraject worden geopend. Het zorgtype van het subtraject moet worden omgezet van ZT13 naar ZT11 en de ICC-diagnosecode naar de diagnosecode die hoort bij de te behandelen zorgvraag.
– Wanneer een specialisme dat de patiënt reeds onder behandeling heeft, een verzoek krijgt van een ander specialisme voor een intercollegiaal consult, dan mag het eerstgenoemde specialisme een ICC zorg/subtraject openen naast het reeds lopende zorgtraject voor de eigen reguliere behandeling.
8.5 Een zorgtraject met subtraject ZT41 wordt door een poortspecialisme geopend indien deze, op verzoek van de eerstelijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling voor welke de DBC-systematiek niet geldt (kaakchirurgie), een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch specialistische behandeling en diagnostiek en prenatale screening levert aan een patiënt. Een overig zorgproduct kan niet los gedeclareerd worden als op dezelfde dag een zorg/subtraject wordt geopend voor dezelfde zorgvraag. De zorgactiviteit maakt in dat geval deel uit van het zorg/subtraject met ZT11.
8.6 Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de IC) geopend bij opname op de IC afdeling en voor IC intercollegiaal consult buiten de IC. Hierbij geldt het volgende: – Parallelle IC zorg/subtrajecten 51 of 52 zijn niet toegestaan.
– Wanneer de patiënt gedurende een klinische opname meer periodes op de IC verblijft, dient voor elke IC-opnameperiode een IC zorg/subtraject 51 te worden geopend (en gesloten).
– Tijdens de IC-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd.
– Er dient een verwijzing te worden geregistreerd vanuit welk zorgtraject (= het zorgtraject van de hoofdbehandelaar) naar het IC zorg/subtraject 51 is verwezen. Een IC zorg/subtraject 51 dient namelijk altijd parallel (in samenhang met) een zorgtraject van de hoofdbehandelaar te worden geregistreerd.
– Indien een patiënt direct op de IC-afdeling terechtkomt, zonder dat er naast het IC-zorgtraject een zorgtraject met een subtraject met zorgtype 11 of 21 is geregistreerd, dient het zorg/subtraject te worden getypeerd met ZT52. Een grouper zal dan niet controleren op de koppeling tussen het subtraject ZT52 met een subtraject ZT11 of ZT21. Indien na ontslag van de IC-afdeling de behandeling klinisch wordt voortgezet, dient het subtraject met ZT52 omgezet te worden naar een subtraject met ZT51 dat gekoppeld21In dit geval wordt een subtraject ZT11 met terugwerkende kracht geopend op de datum waarop de patiënt is opgenomen op de IC-afdeling. wordt aan het zorgtraject met ZT11-subtraject.
– Parallelle IC zorg/subtrajecten 51 of 52 zijn niet toegestaan.
– Wanneer de patiënt gedurende een klinische opname meer periodes op de IC verblijft, dient voor elke IC-opnameperiode een IC zorg/subtraject 51 te worden geopend (en gesloten).
– Tijdens de IC-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd.
– Er dient een verwijzing te worden geregistreerd vanuit welk zorgtraject (= het zorgtraject van de hoofdbehandelaar) naar het IC zorg/subtraject 51 is verwezen. Een IC zorg/subtraject 51 dient namelijk altijd parallel (in samenhang met) een zorgtraject van de hoofdbehandelaar te worden geregistreerd.
– Indien een patiënt direct op de IC-afdeling terechtkomt, zonder dat er naast het IC-zorgtraject een zorgtraject met een subtraject met zorgtype 11 of 21 is geregistreerd, dient het zorg/subtraject te worden getypeerd met ZT52. Een grouper zal dan niet controleren op de koppeling tussen het subtraject ZT52 met een subtraject ZT11 of ZT21. Indien na ontslag van de IC-afdeling de behandeling klinisch wordt voortgezet, dient het subtraject met ZT52 omgezet te worden naar een subtraject met ZT51 dat gekoppeld21In dit geval wordt een subtraject ZT11 met terugwerkende kracht geopend op de datum waarop de patiënt is opgenomen op de IC-afdeling. wordt aan het zorgtraject met ZT11-subtraject.
8.7 Een zorgtraject met subtraject ZT51 voor ondersteuning aan de hoofdbehandelaar (door de anesthesist als ondersteuner of door een poortspecialist in de rol van ondersteuner) kan worden geopend wanneer deze ondersteuner (bv. anesthesist) of een poortspecialist in de rol van ondersteuner (bv. MDL-arts) zorg levert aan de patiënt en hier geen eigen zorgtraject voor open staat. Deze zorgactiviteiten dienen gekoppeld te worden aan het zorgtraject van de hoofdbehandelaar.
8.1 Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek14Op de voorwaarde behandeling én diagnostiek geldt een uitzondering indien de patiënt na diagnosestelling definitief wordt doorverwezen naar een andere hoofdbehandelaar van een ander poortspecialisme waar behandeling plaatsvindt, zonder dat de patiënt behandeld is door de eerste hoofdbehandelaar. In dit geval kunnen beide poortspecialismen een zorgtraject openen. niet past binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. a. Een parallel zorgtraject (met bij behorende subtrajecten ZT11 en ZT21) bij eenzelfde specialisme mag alleen worden geregistreerd indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject15Indien er bij een specialisme (bijvoorbeeld kindergeneeskunde) sprake is van één zorgvraag waarbij verschillende subspecialismen zijn betrokken, mag er één zorgtraject worden geregistreerd. (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Daarbij geldt ook dat aan beide onderstaande voorwaarden moet worden voldaan: Het subtraject van het parallelle zorgtraject16Parallelle subtrajecten waarvoor de extra profieleisen gelden zijn subtrajecten die niet binnen het eerst geopende zorgtraject vallen. Hierbij is dus niet de openingsdatum van het subtraject bepalend, maar de openingsdatum van het zorgtraject. dient een zorgprofiel te hebben met eigen zorgactiviteiten met: • minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen, en/of
• minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse17Zorgprofielklasse 1 staat voor een polikliniekbezoek/consult, zorgprofielklasse 2 staat voor een dagverpleging/langdurige observatie en zorgprofielklasse 3 staat voor een verpleegdag. 1, 2 of 3.* * In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
* In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen, en/of
• minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse17Zorgprofielklasse 1 staat voor een polikliniekbezoek/consult, zorgprofielklasse 2 staat voor een dagverpleging/langdurige observatie en zorgprofielklasse 3 staat voor een verpleegdag. 1, 2 of 3.* * In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
* In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
b. Voor parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen geldt: – Indien sprake is van beide zijden operatief en geen identieke diagnosen in de diagnose-combinatietabel, mogen twee zorgtrajecten worden gedeclareerd.
– In alle andere situaties mag één zorgtraject worden gedeclareerd.
– Indien sprake is van beide zijden operatief en geen identieke diagnosen in de diagnose-combinatietabel, mogen twee zorgtrajecten worden gedeclareerd.
– In alle andere situaties mag één zorgtraject worden gedeclareerd.
c. Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, kunnen de opvolgende verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar. Hierbij dient wel voldaan te worden aan de regel dat binnen een specialisme maximaal één klinisch DBC-zorgproduct geopend mag worden tijdens het klinische traject van de patiënt.
a. Een parallel zorgtraject (met bij behorende subtrajecten ZT11 en ZT21) bij eenzelfde specialisme mag alleen worden geregistreerd indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject15Indien er bij een specialisme (bijvoorbeeld kindergeneeskunde) sprake is van één zorgvraag waarbij verschillende subspecialismen zijn betrokken, mag er één zorgtraject worden geregistreerd. (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Daarbij geldt ook dat aan beide onderstaande voorwaarden moet worden voldaan: Het subtraject van het parallelle zorgtraject16Parallelle subtrajecten waarvoor de extra profieleisen gelden zijn subtrajecten die niet binnen het eerst geopende zorgtraject vallen. Hierbij is dus niet de openingsdatum van het subtraject bepalend, maar de openingsdatum van het zorgtraject. dient een zorgprofiel te hebben met eigen zorgactiviteiten met: • minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen, en/of
• minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse17Zorgprofielklasse 1 staat voor een polikliniekbezoek/consult, zorgprofielklasse 2 staat voor een dagverpleging/langdurige observatie en zorgprofielklasse 3 staat voor een verpleegdag. 1, 2 of 3.* * In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
* In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen, en/of
• minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse17Zorgprofielklasse 1 staat voor een polikliniekbezoek/consult, zorgprofielklasse 2 staat voor een dagverpleging/langdurige observatie en zorgprofielklasse 3 staat voor een verpleegdag. 1, 2 of 3.* * In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
* In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
• minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of,
• minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of,
• minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of,
• minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781).18Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten.
– De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 1).
b. Voor parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen geldt: – Indien sprake is van beide zijden operatief en geen identieke diagnosen in de diagnose-combinatietabel, mogen twee zorgtrajecten worden gedeclareerd.
– In alle andere situaties mag één zorgtraject worden gedeclareerd.
– Indien sprake is van beide zijden operatief en geen identieke diagnosen in de diagnose-combinatietabel, mogen twee zorgtrajecten worden gedeclareerd.
– In alle andere situaties mag één zorgtraject worden gedeclareerd.
c. Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, kunnen de opvolgende verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar. Hierbij dient wel voldaan te worden aan de regel dat binnen een specialisme maximaal één klinisch DBC-zorgproduct geopend mag worden tijdens het klinische traject van de patiënt.
8.2 In sommige gevallen kan er sprake zijn van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen betrokken zijn als hoofdbehandelaar.19Op de voorwaarde van hoofdbehandelaarschap geldt een uitzondering voor de interventieradioloog en radiotherapeut. In dat geval is sprake van een multidisciplinaire behandelingen opent elk (poort)specialisme een eigen zorgtraject. Er dient voor elk specialisme wel sprake te zijn van een eigen behandeling.
8.3 Bij sommige zorgvragen kan er sprake zijn van een zorgtraject waarbij zowel een poortspecialist als een SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist en/of physician assistant een deel van de prestaties in het kader van deze zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt er één zorgtraject geopend. Er is dan geen sprake van multidisciplinaire behandeling.
8.4 Een zorgtraject met subtraject ZT1320Het specialisme geriatrische revalidatiezorg beschikt niet over het zorgtype 13. Het ICC valt voor dit specialisme onder zorgtype 11. wordt door de poortspecialist geopend bij een intercollegiaal consult (ICC) voor een patiënt die klinisch is opgenomen. Hierbij geldt het volgende: – Een ICC mag alleen worden geregistreerd bij een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of IC-behandeldagen of verblijfsdagen GGZ op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd.
– Bij een dagverpleging en langdurige observatie zonder overnachting (zorgactiviteit 190091) mag geen ICC zorg/subtraject worden geopend.
– Een specialisme mag per klinische opname ten hoogste één ICC zorg/subtraject (dat uit meerdere contacten kan bestaan) voor een intercollegiaal consult registreren. Bij een klinische opname kunnen wel meerdere specialismen één ICC zorg/subtraject openen.
– Wanneer na een ICC de behandeling van de patiënt wordt overgenomen (of resulteert in een medebehandeling), mag geen (ICC) zorg/subtraject worden geopend. Het zorgtype van het subtraject moet worden omgezet van ZT13 naar ZT11 en de ICC-diagnosecode naar de diagnosecode die hoort bij de te behandelen zorgvraag.
– Wanneer een specialisme dat de patiënt reeds onder behandeling heeft, een verzoek krijgt van een ander specialisme voor een intercollegiaal consult, dan mag het eerstgenoemde specialisme een ICC zorg/subtraject openen naast het reeds lopende zorgtraject voor de eigen reguliere behandeling.
– Een ICC mag alleen worden geregistreerd bij een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of IC-behandeldagen of verblijfsdagen GGZ op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd.
– Bij een dagverpleging en langdurige observatie zonder overnachting (zorgactiviteit 190091) mag geen ICC zorg/subtraject worden geopend.
– Een specialisme mag per klinische opname ten hoogste één ICC zorg/subtraject (dat uit meerdere contacten kan bestaan) voor een intercollegiaal consult registreren. Bij een klinische opname kunnen wel meerdere specialismen één ICC zorg/subtraject openen.
– Wanneer na een ICC de behandeling van de patiënt wordt overgenomen (of resulteert in een medebehandeling), mag geen (ICC) zorg/subtraject worden geopend. Het zorgtype van het subtraject moet worden omgezet van ZT13 naar ZT11 en de ICC-diagnosecode naar de diagnosecode die hoort bij de te behandelen zorgvraag.
– Wanneer een specialisme dat de patiënt reeds onder behandeling heeft, een verzoek krijgt van een ander specialisme voor een intercollegiaal consult, dan mag het eerstgenoemde specialisme een ICC zorg/subtraject openen naast het reeds lopende zorgtraject voor de eigen reguliere behandeling.
8.5 Een zorgtraject met subtraject ZT41 wordt door een poortspecialisme geopend indien deze, op verzoek van de eerstelijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling voor welke de DBC-systematiek niet geldt (kaakchirurgie), een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch specialistische behandeling en diagnostiek en prenatale screening levert aan een patiënt. Een overig zorgproduct kan niet los gedeclareerd worden als op dezelfde dag een zorg/subtraject wordt geopend voor dezelfde zorgvraag. De zorgactiviteit maakt in dat geval deel uit van het zorg/subtraject met ZT11.
8.6 Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de IC) geopend bij opname op de IC afdeling en voor IC intercollegiaal consult buiten de IC. Hierbij geldt het volgende: – Parallelle IC zorg/subtrajecten 51 of 52 zijn niet toegestaan.
– Wanneer de patiënt gedurende een klinische opname meer periodes op de IC verblijft, dient voor elke IC-opnameperiode een IC zorg/subtraject 51 te worden geopend (en gesloten).
– Tijdens de IC-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd.
– Er dient een verwijzing te worden geregistreerd vanuit welk zorgtraject (= het zorgtraject van de hoofdbehandelaar) naar het IC zorg/subtraject 51 is verwezen. Een IC zorg/subtraject 51 dient namelijk altijd parallel (in samenhang met) een zorgtraject van de hoofdbehandelaar te worden geregistreerd.
– Indien een patiënt direct op de IC-afdeling terechtkomt, zonder dat er naast het IC-zorgtraject een zorgtraject met een subtraject met zorgtype 11 of 21 is geregistreerd, dient het zorg/subtraject te worden getypeerd met ZT52. Een grouper zal dan niet controleren op de koppeling tussen het subtraject ZT52 met een subtraject ZT11 of ZT21. Indien na ontslag van de IC-afdeling de behandeling klinisch wordt voortgezet, dient het subtraject met ZT52 omgezet te worden naar een subtraject met ZT51 dat gekoppeld21In dit geval wordt een subtraject ZT11 met terugwerkende kracht geopend op de datum waarop de patiënt is opgenomen op de IC-afdeling. wordt aan het zorgtraject met ZT11-subtraject.
– Parallelle IC zorg/subtrajecten 51 of 52 zijn niet toegestaan.
– Wanneer de patiënt gedurende een klinische opname meer periodes op de IC verblijft, dient voor elke IC-opnameperiode een IC zorg/subtraject 51 te worden geopend (en gesloten).
– Tijdens de IC-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd.
– Er dient een verwijzing te worden geregistreerd vanuit welk zorgtraject (= het zorgtraject van de hoofdbehandelaar) naar het IC zorg/subtraject 51 is verwezen. Een IC zorg/subtraject 51 dient namelijk altijd parallel (in samenhang met) een zorgtraject van de hoofdbehandelaar te worden geregistreerd.
– Indien een patiënt direct op de IC-afdeling terechtkomt, zonder dat er naast het IC-zorgtraject een zorgtraject met een subtraject met zorgtype 11 of 21 is geregistreerd, dient het zorg/subtraject te worden getypeerd met ZT52. Een grouper zal dan niet controleren op de koppeling tussen het subtraject ZT52 met een subtraject ZT11 of ZT21. Indien na ontslag van de IC-afdeling de behandeling klinisch wordt voortgezet, dient het subtraject met ZT52 omgezet te worden naar een subtraject met ZT51 dat gekoppeld21In dit geval wordt een subtraject ZT11 met terugwerkende kracht geopend op de datum waarop de patiënt is opgenomen op de IC-afdeling. wordt aan het zorgtraject met ZT11-subtraject.
8.7 Een zorgtraject met subtraject ZT51 voor ondersteuning aan de hoofdbehandelaar (door de anesthesist als ondersteuner of door een poortspecialist in de rol van ondersteuner) kan worden geopend wanneer deze ondersteuner (bv. anesthesist) of een poortspecialist in de rol van ondersteuner (bv. MDL-arts) zorg levert aan de patiënt en hier geen eigen zorgtraject voor open staat. Deze zorgactiviteiten dienen gekoppeld te worden aan het zorgtraject van de hoofdbehandelaar.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035810
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl