BWBR0035808
Geldig vanaf 2014-12-01
Artikel 4.3
Uitvoeringsregeling EFRO programmaperiode 2014–2020
1. De ontvanger van een programmasubsidie financiert geen projecten ten laste van de programmasubsidie zonder voorafgaande schriftelijke instemming van de minister.
2. De minister onthoudt de instemming, bedoeld in het eerste lid, indien:
a. het project niet voldoet aan verordening 1303/2013, verordening 1301/2013, verordening 1299/2013 of deze regeling, of
b. de beoogde financiering door de overige financiers niet of niet volledig is aangevraagd, dan wel niet of niet volledig zal worden verleend.
3. In aanvulling op het tweede lid onthoudt de minister de instemming indien het project niet in voldoende mate bijdraagt aan tenminste vier van de volgende aspecten:
a. de ontwikkeling van nieuwe kennis of innovatie dan wel de toepassing van kennis in nieuwe projecten, diensten, organisatievormen, processen, markten of combinaties hiervan;
b. verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt of arbeidsmobiliteit;
c. bijdragen aan het realiseren van een koolstofarme economie;
d. efficiënt omgaan met grondstoffen;
e. economische structuurversterking binnen economische sectoren of in het programmagebied;
f. de deelname van of een brede en intensieve samenwerking met een relevant consortium;
g. aannemelijkheid van marktperspectief of kansen op een vervolg;
h. de realisatie van Rijksbeleid op het gebied van innovatie, koolstofarme economie, efficiënt omgaan met grondstoffen of verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt;
i. een kruising tussen prioritaire sectoren of een kruising tussen een prioritaire sector en één van de volgende sector overstijgende thema’s: 1°. nanotechnologie,
2°. ICT;
3°. circulaire economie, of
4°. Slimme industrie.
1°. nanotechnologie,
2°. ICT;
3°. circulaire economie, of
4°. Slimme industrie.
4. Het derde lid is niet van toepassing op projecten in de prioriteit Technische Bijstand.
2. De minister onthoudt de instemming, bedoeld in het eerste lid, indien:
a. het project niet voldoet aan verordening 1303/2013, verordening 1301/2013, verordening 1299/2013 of deze regeling, of
b. de beoogde financiering door de overige financiers niet of niet volledig is aangevraagd, dan wel niet of niet volledig zal worden verleend.
3. In aanvulling op het tweede lid onthoudt de minister de instemming indien het project niet in voldoende mate bijdraagt aan tenminste vier van de volgende aspecten:
a. de ontwikkeling van nieuwe kennis of innovatie dan wel de toepassing van kennis in nieuwe projecten, diensten, organisatievormen, processen, markten of combinaties hiervan;
b. verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt of arbeidsmobiliteit;
c. bijdragen aan het realiseren van een koolstofarme economie;
d. efficiënt omgaan met grondstoffen;
e. economische structuurversterking binnen economische sectoren of in het programmagebied;
f. de deelname van of een brede en intensieve samenwerking met een relevant consortium;
g. aannemelijkheid van marktperspectief of kansen op een vervolg;
h. de realisatie van Rijksbeleid op het gebied van innovatie, koolstofarme economie, efficiënt omgaan met grondstoffen of verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt;
i. een kruising tussen prioritaire sectoren of een kruising tussen een prioritaire sector en één van de volgende sector overstijgende thema’s: 1°. nanotechnologie,
2°. ICT;
3°. circulaire economie, of
4°. Slimme industrie.
1°. nanotechnologie,
2°. ICT;
3°. circulaire economie, of
4°. Slimme industrie.
4. Het derde lid is niet van toepassing op projecten in de prioriteit Technische Bijstand.