BWBR0035773
Geldig vanaf 2014-11-23
Artikel 5
Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal voor Fiscale Zaken
1. De directeuren van de in bijlage 1 van het Organisatie- en mandaatbesluit ministerie van Financiëngenoemde directies en hun plaatsvervangers hebben, binnen het kader van hun jaarplannen en binnen door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal of directeur-generaal voor Fiscale Zaken gegeven richtlijnen en behoudens de bepalingen in het Organisatie- en Mandaatbesluit ministerie van Financiën, mandaat tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle bedrijfsvoeringsaangelegenheden die behoren tot hun werkterrein genoemd in bijlage 1 van het Organisatie- en mandaatbesluit ministerie van Financiën.
2. De in het eerste lid toegekende mandaten kunnen binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door de onder de directeuren ressorterende functionarissen die daartoe worden gemandateerd in bijlage 2.
3. Vervallen.
4. Onverminderd het eerste lid is de bevoegdheid tot het afdoen en ondertekenen van besluiten namens de in het eerste lid gemandateerde functionarissen toegekend aan het hoofd en het plaatsvervangend hoofd van de eenheid Organisatie & Personeel van de directie Bedrijfsvoering.
5. Aan de in het eerste lid gemandateerde functionarissen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van besluiten aangaande:
a. vaststelling feitelijk opgedragen functie;
b. (verlengde) aanstellingsbesluiten;
c. ver- en herplaatsing;
d. aanstelling in vaste dienst;
e. tijdelijk opdragen van andere werkzaamheden;
f. toekennen extra periodieke verhoging;
g. onthouden van een periodieke verhoging;
h. wijziging van salarisschaal;
i. incidentele beloning voor bijzondere prestaties;
j. korting bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid;
6. De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:
DE MINISTER VAN FINANCIËN, resp. DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
namens deze,
(handtekening)
gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris.
2. De in het eerste lid toegekende mandaten kunnen binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door de onder de directeuren ressorterende functionarissen die daartoe worden gemandateerd in bijlage 2.
3. Vervallen.
4. Onverminderd het eerste lid is de bevoegdheid tot het afdoen en ondertekenen van besluiten namens de in het eerste lid gemandateerde functionarissen toegekend aan het hoofd en het plaatsvervangend hoofd van de eenheid Organisatie & Personeel van de directie Bedrijfsvoering.
5. Aan de in het eerste lid gemandateerde functionarissen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van besluiten aangaande:
a. vaststelling feitelijk opgedragen functie;
b. (verlengde) aanstellingsbesluiten;
c. ver- en herplaatsing;
d. aanstelling in vaste dienst;
e. tijdelijk opdragen van andere werkzaamheden;
f. toekennen extra periodieke verhoging;
g. onthouden van een periodieke verhoging;
h. wijziging van salarisschaal;
i. incidentele beloning voor bijzondere prestaties;
j. korting bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid;
6. De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:
DE MINISTER VAN FINANCIËN, resp. DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
namens deze,
(handtekening)
gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris.