BWBR0035771
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 17
Besluit subsidie rechtspersonen voor voogdij en gezinsvoogdij vreemdelingen 2015
1. Indien bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat het gemiddeld aantal minderjarigen meer bedraagt dan 105% van het aantal minderjarigen, waarvan bij de bepaling van het bedrag van de subsidieverlening, bedoeld in artikel 5, is uitgegaan, vindt een verhoging van de subsidie plaats. De hoogte van de verhoging is de uitkomst van de vermenigvuldiging van het subsidiebedrag met de uitkomst van de volgende formule:
{(gerealiseerde jaarbezetting : totaal aantal minderjarigen bij de bepaling van de subsidie) x 100%} – 105%.
2. Indien bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat het gemiddeld aantal minderjarigen minder bedraagt dan 95% van het aantal minderjarigen, waarvan bij de bepaling van het bedrag van de subsidieverlening, bedoeld in artikel 5, is uitgegaan, vindt een verlaging van de subsidie plaats. De hoogte van de verlaging is de uitkomst van de vermenigvuldiging van het subsidiebedrag met de uitkomst van de volgende formule:
95% – {(gerealiseerde jaarbezetting : totaal aantal minderjarigen bij de bepaling van de subsidie) x 100%}.
3. Op de subsidie berekend overeenkomstig de voorgaande leden wordt in mindering gebracht het bedrag waarmee de toevoeging aan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 10, van de rechtspersoon meer bedraagt dan 5% van de vastgestelde subsidie voor het desbetreffende boekjaar, inclusief genoten rente, of het totaal van de opgebouwde egalisatiereserve hoger is dan het door Onze Minister te bepalen bedrag.
{(gerealiseerde jaarbezetting : totaal aantal minderjarigen bij de bepaling van de subsidie) x 100%} – 105%.
2. Indien bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat het gemiddeld aantal minderjarigen minder bedraagt dan 95% van het aantal minderjarigen, waarvan bij de bepaling van het bedrag van de subsidieverlening, bedoeld in artikel 5, is uitgegaan, vindt een verlaging van de subsidie plaats. De hoogte van de verlaging is de uitkomst van de vermenigvuldiging van het subsidiebedrag met de uitkomst van de volgende formule:
95% – {(gerealiseerde jaarbezetting : totaal aantal minderjarigen bij de bepaling van de subsidie) x 100%}.
3. Op de subsidie berekend overeenkomstig de voorgaande leden wordt in mindering gebracht het bedrag waarmee de toevoeging aan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 10, van de rechtspersoon meer bedraagt dan 5% van de vastgestelde subsidie voor het desbetreffende boekjaar, inclusief genoten rente, of het totaal van de opgebouwde egalisatiereserve hoger is dan het door Onze Minister te bepalen bedrag.