BWBR0035622
Geldig vanaf 20-10-2010
Artikel 3
Besluit mandaat, volmacht en machtiging uitvoering Uhw
1. Aan het afdelingshoofd geschilbeslechting wordt mandaat verleend voor het voeren van een openbaar register, bedoeld in artikel 3i, van de wet.
2. Aan het hoofd bestuursbureau wordt mandaat verleend voor het beslissen ten aanzien van verzoeken, bedoeld in de Wet openbaarheid bestuur.
3. Aan de casemanagers wordt mandaat verleend voor
a. het vaststellen van de dag en het uur van de zitting, bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de wet, en
b. het besluiten tot het instellen van een voorbereidend onderzoek, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet.
4. Aan het afdelingshoofd geschilbeslechting, de casemanagers en de functionarissen frontoffice wordt mandaat verleend voor het kennis geven aan partijen van het overschrijden van de in artikel 37, eerste lid, van de wet genoemde termijnen, een en ander conform de vereisten bedoeld in voornoemd artikel.
5. Aan het afdelingshoofd geschilbeslechting, de casemanagers en de functionarissen frontoffice wordt mandaat verleend voor
a. het verzenden van een afschrift van een voorzittersuitspraak, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, van de wet;
b. het in kennis stellen van partijen, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet;
c. het kennisgeven aan partijen, bedoeld in artikel 28, zesde lid, van de wet, en
d. het verzenden van een afschrift van een uitspraak aan partijen, aan de inspecteur, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet en aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woonruimte is gelegen, een en ander als bedoeld in artikel 37, derde en vijfde lid, van de wet.
6. Aan de casemanagers, de zittingsfunctionarissen en de functionarissen frontoffice wordt mandaat verleend voor het ter inzage leggen van stukken, bedoeld in artikel 28, vijfde lid, van de wet.
7. Aan alle functionarissen wordt mandaat verleend voor het verwerken van persoonsgegevens, conform de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover dit is vereist voor de uitoefening van hun taken en bevoegdheden en met in achtneming van de Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie VROM.
2. Aan het hoofd bestuursbureau wordt mandaat verleend voor het beslissen ten aanzien van verzoeken, bedoeld in de Wet openbaarheid bestuur.
3. Aan de casemanagers wordt mandaat verleend voor
a. het vaststellen van de dag en het uur van de zitting, bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de wet, en
b. het besluiten tot het instellen van een voorbereidend onderzoek, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet.
4. Aan het afdelingshoofd geschilbeslechting, de casemanagers en de functionarissen frontoffice wordt mandaat verleend voor het kennis geven aan partijen van het overschrijden van de in artikel 37, eerste lid, van de wet genoemde termijnen, een en ander conform de vereisten bedoeld in voornoemd artikel.
5. Aan het afdelingshoofd geschilbeslechting, de casemanagers en de functionarissen frontoffice wordt mandaat verleend voor
a. het verzenden van een afschrift van een voorzittersuitspraak, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, van de wet;
b. het in kennis stellen van partijen, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet;
c. het kennisgeven aan partijen, bedoeld in artikel 28, zesde lid, van de wet, en
d. het verzenden van een afschrift van een uitspraak aan partijen, aan de inspecteur, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet en aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woonruimte is gelegen, een en ander als bedoeld in artikel 37, derde en vijfde lid, van de wet.
6. Aan de casemanagers, de zittingsfunctionarissen en de functionarissen frontoffice wordt mandaat verleend voor het ter inzage leggen van stukken, bedoeld in artikel 28, vijfde lid, van de wet.
7. Aan alle functionarissen wordt mandaat verleend voor het verwerken van persoonsgegevens, conform de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover dit is vereist voor de uitoefening van hun taken en bevoegdheden en met in achtneming van de Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie VROM.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035622
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl