BWBR0035463
Geldig vanaf 2014-08-20
Artikel 14
Regeling openstelling EZ-subsidies 2014
1. Overeenkomstig artikel 1:4 van de Regeling LNV-subsidieswordt een aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 13, eerste lid, hoger gerangschikt naarmate:
a. de inrichting, bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, gelegen is in een gebied als bedoeld in bijlage 5 van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (3 punten);
b. de techniek ter vermindering van de uitstoot van fijn stof wordt toegepast in de pluimveehouderij (3 punten) of overige veehouderij (1 punt);
c. de aanvrager in het bezit is van de vereiste omgevingsvergunning (milieu), omgevingsvergunning beperkte milieutoets of melding dan wel deze heeft aangevraagd (1 punt).
2. In geval van overschrijding van het subsidieplafond, worden aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het eerste lid gelijk zijn gewaardeerd, door loting gerangschikt.
3. Een aanvraag tot wijziging van de subsidieverlening die betrekking heeft op een techniek, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 5, punt A, van de Regeling LNV-subsidies, wordt uitsluitend toegewezen indien de waardering, bedoeld in het eerste lid, als gevolg van de wijziging gelijk blijft of hoger wordt.
a. de inrichting, bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, gelegen is in een gebied als bedoeld in bijlage 5 van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (3 punten);
b. de techniek ter vermindering van de uitstoot van fijn stof wordt toegepast in de pluimveehouderij (3 punten) of overige veehouderij (1 punt);
c. de aanvrager in het bezit is van de vereiste omgevingsvergunning (milieu), omgevingsvergunning beperkte milieutoets of melding dan wel deze heeft aangevraagd (1 punt).
2. In geval van overschrijding van het subsidieplafond, worden aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het eerste lid gelijk zijn gewaardeerd, door loting gerangschikt.
3. Een aanvraag tot wijziging van de subsidieverlening die betrekking heeft op een techniek, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 5, punt A, van de Regeling LNV-subsidies, wordt uitsluitend toegewezen indien de waardering, bedoeld in het eerste lid, als gevolg van de wijziging gelijk blijft of hoger wordt.