BWBR0035445
Geldig vanaf 23-04-2010
Artikel 6
Besluit bewaarders van het kadaster en de openbare registers tot verlening van mandaat en machtiging ten aanzien van het bijwerken van de basisregistratie kadaster
1. De uitoefening van de bevoegdheid verkregen bij de (sub)mandaten en (sub)machtigingen geschiedt door de ge(sub)mandateerde en ge(sub)machtigde binnen de grenzen van de hem opgedragen taken.
2. De ge(sub)mandateerde en ge(sub)machtigde neemt bij de uitoefening van de aan hem verleende (sub)mandaten en (sub)machtigingen de van toepassing zijnde wettelijke voorschriften en de instructies van bewaarder in acht, alsmede de bepalingen van dit besluit.
3. Alle gevallen waarin de gebruikmaking van de in dit besluit omschreven (sub)mandaten en (sub)machtigingen zou leiden tot het nemen van een beslissing waarvan de juistheid of redelijkheid kan worden betwijfeld, dienen aan de bewaarder te worden voorgelegd.
4. Indien toepassing van de in dit besluit omschreven mandaten en machtigingen zou leiden tot het nemen van een beslissing die niet in overeenstemming zou zijn met de door de bewaarders vastgestelde instructies, omdat ter zake de instructie voor meerdere uitleg vatbaar is of er geen instructie is vastgesteld of indien er geen instructie aanwezig is, dient het geval aan de betrokken bewaarder te worden voorgelegd voor het (nader) uitleggen en/of vaststellen van instructies, op grond waarvan de ge(sub)mandateerde en ge(sub)machtigde vervolgens een beslissing neemt.
2. De ge(sub)mandateerde en ge(sub)machtigde neemt bij de uitoefening van de aan hem verleende (sub)mandaten en (sub)machtigingen de van toepassing zijnde wettelijke voorschriften en de instructies van bewaarder in acht, alsmede de bepalingen van dit besluit.
3. Alle gevallen waarin de gebruikmaking van de in dit besluit omschreven (sub)mandaten en (sub)machtigingen zou leiden tot het nemen van een beslissing waarvan de juistheid of redelijkheid kan worden betwijfeld, dienen aan de bewaarder te worden voorgelegd.
4. Indien toepassing van de in dit besluit omschreven mandaten en machtigingen zou leiden tot het nemen van een beslissing die niet in overeenstemming zou zijn met de door de bewaarders vastgestelde instructies, omdat ter zake de instructie voor meerdere uitleg vatbaar is of er geen instructie is vastgesteld of indien er geen instructie aanwezig is, dient het geval aan de betrokken bewaarder te worden voorgelegd voor het (nader) uitleggen en/of vaststellen van instructies, op grond waarvan de ge(sub)mandateerde en ge(sub)machtigde vervolgens een beslissing neemt.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035445
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl