BWBR0035445
Geldig vanaf 23-04-2010
Artikel 3
Besluit bewaarders van het kadaster en de openbare registers tot verlening van mandaat en machtiging ten aanzien van het bijwerken van de basisregistratie kadaster
1. De bewaarders verlenen, wat betreft de bijwerking op grond van artikel 7 lid 1 onder b Kadasterwet van de basisregistratie kadaster, mandaat en machtiging tot:
a. het verrichten van alle handelingen tot bijhouding en het nemen van beslissingen tot vaststelling van het resultaat van een bijhouding, voor zover het verrichten van die handelingen en het nemen van die beslissingen aan de bewaarder is opgedragen;
b. het nemen van de beslissingen, bedoeld in artikel 59, derde lid, eerste zin, en vijfde lid juncto het derde lid, eerste zin, van de Kadasterwet alsmede het verzenden van de kennisgeving van die beslissing, het doen van de mededeling en het verzoek, bedoeld in artikel 59, derde lid, tweede onderscheidenlijk derde zin, en artikel 59, vijfde lid, juncto het derde lid, van die wet;
c. het verrichten van alle handelingen tot vernieuwing en het maken van voorstellen van vernieuwing als bedoeld in artikel 76, derde lid, voor zover het verrichten van die handelingen en het nemen van die beslissingen aan de bewaarder is opgedragen;
d. het vervaardigen en verzenden dan wel doen vervaardigen en doen verzenden van: 1°. de kennisgeving houdende het resultaat van een bijhouding als bedoeld onder a;
2°. de kennisgeving van het voorstel van vernieuwing, bedoeld in artikel 76, zesde lid, eerste zin, van de Kadasterwet, voor zover het betreft gevallen waarin de bewaarder met het maken van het voorstel van vernieuwing is belast;
1°. de kennisgeving houdende het resultaat van een bijhouding als bedoeld onder a;
2°. de kennisgeving van het voorstel van vernieuwing, bedoeld in artikel 76, zesde lid, eerste zin, van de Kadasterwet, voor zover het betreft gevallen waarin de bewaarder met het maken van het voorstel van vernieuwing is belast;
e. het doen van de mededeling, bedoeld in artikel 75, tweede lid, van de Kadasterwet, voor zover het betreft de gevallen waarin de bewaarder daarmee is belast;
f. het nemen van de beslissing omtrent de toepassing van digitale metingstaten.
2. De bewaarders verlenen, wat betreft het herstel van bij de bijwerking van de basisregistratie kadaster begane kennelijke misslagen, mandaat en machtiging tot:
a. het geheel toewijzend beslissen op verzoeken tot het herstel van misslagen als bedoeld in artikel 7s, eerste lid en tweede lid en artikel 7t, eerste lid, tweede lid en vierde lid, van de Kadasterwet, met uitzondering evenwel van het beslissen over het in de basisregistratie kadaster plaatsen dan wel verwijderen van verwijzingen naar in de openbare registers ingeschreven stukken;
b. het verrichten van handelingen tot herstel van die misslagen;
c. het verzenden van kennisgevingen als bedoeld in artikel 56, eerste lid juncto artikel 58, eerste lid, van de Kadasterwet.
3. Indien een bestuursorgaan op grond van artikel 7n Kadasterwet een melding heeft gedaan en voldaan wordt aan het gestelde in artikel 7n lid 2, tweede zin Kadasterwet wordt in de basisregistratie kadaster bij het betreffende gegeven een melding ‘in onderzoek’ gedaan. Op grond van artikel 7n lid 3 Kadasterwet wordt de aantekening verwijderd. Betreffende bestuursorgaan wordt hierover geïnformeerd zoals gesteld in de artikelen 7m en 7n Kadasterwet.
4. De bewaarders verlenen machtiging tot het verrichten van de handelingen, bedoeld in de artikelen 21 lid 1 en artikel 21b van de Kadasterregeling 1994.
a. het verrichten van alle handelingen tot bijhouding en het nemen van beslissingen tot vaststelling van het resultaat van een bijhouding, voor zover het verrichten van die handelingen en het nemen van die beslissingen aan de bewaarder is opgedragen;
b. het nemen van de beslissingen, bedoeld in artikel 59, derde lid, eerste zin, en vijfde lid juncto het derde lid, eerste zin, van de Kadasterwet alsmede het verzenden van de kennisgeving van die beslissing, het doen van de mededeling en het verzoek, bedoeld in artikel 59, derde lid, tweede onderscheidenlijk derde zin, en artikel 59, vijfde lid, juncto het derde lid, van die wet;
c. het verrichten van alle handelingen tot vernieuwing en het maken van voorstellen van vernieuwing als bedoeld in artikel 76, derde lid, voor zover het verrichten van die handelingen en het nemen van die beslissingen aan de bewaarder is opgedragen;
d. het vervaardigen en verzenden dan wel doen vervaardigen en doen verzenden van: 1°. de kennisgeving houdende het resultaat van een bijhouding als bedoeld onder a;
2°. de kennisgeving van het voorstel van vernieuwing, bedoeld in artikel 76, zesde lid, eerste zin, van de Kadasterwet, voor zover het betreft gevallen waarin de bewaarder met het maken van het voorstel van vernieuwing is belast;
1°. de kennisgeving houdende het resultaat van een bijhouding als bedoeld onder a;
2°. de kennisgeving van het voorstel van vernieuwing, bedoeld in artikel 76, zesde lid, eerste zin, van de Kadasterwet, voor zover het betreft gevallen waarin de bewaarder met het maken van het voorstel van vernieuwing is belast;
e. het doen van de mededeling, bedoeld in artikel 75, tweede lid, van de Kadasterwet, voor zover het betreft de gevallen waarin de bewaarder daarmee is belast;
f. het nemen van de beslissing omtrent de toepassing van digitale metingstaten.
2. De bewaarders verlenen, wat betreft het herstel van bij de bijwerking van de basisregistratie kadaster begane kennelijke misslagen, mandaat en machtiging tot:
a. het geheel toewijzend beslissen op verzoeken tot het herstel van misslagen als bedoeld in artikel 7s, eerste lid en tweede lid en artikel 7t, eerste lid, tweede lid en vierde lid, van de Kadasterwet, met uitzondering evenwel van het beslissen over het in de basisregistratie kadaster plaatsen dan wel verwijderen van verwijzingen naar in de openbare registers ingeschreven stukken;
b. het verrichten van handelingen tot herstel van die misslagen;
c. het verzenden van kennisgevingen als bedoeld in artikel 56, eerste lid juncto artikel 58, eerste lid, van de Kadasterwet.
3. Indien een bestuursorgaan op grond van artikel 7n Kadasterwet een melding heeft gedaan en voldaan wordt aan het gestelde in artikel 7n lid 2, tweede zin Kadasterwet wordt in de basisregistratie kadaster bij het betreffende gegeven een melding ‘in onderzoek’ gedaan. Op grond van artikel 7n lid 3 Kadasterwet wordt de aantekening verwijderd. Betreffende bestuursorgaan wordt hierover geïnformeerd zoals gesteld in de artikelen 7m en 7n Kadasterwet.
4. De bewaarders verlenen machtiging tot het verrichten van de handelingen, bedoeld in de artikelen 21 lid 1 en artikel 21b van de Kadasterregeling 1994.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035445
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl