BWBR0035418
Geldig vanaf 01-08-2014
Artikel 20
Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2014
1. De financiële onderneming betaalt een aanzienlijk deel, tenminste 50% van een variabele beloning, uit in een afgewogen mix van:
a. aandelen of vergelijkbare eigendomsbelangen, afhankelijk van de juridische structuur van de betreffende onderneming, dan wel, instrumenten waarvan de waarde gekoppeld is aan de waarde van aandelen of vergelijkbare eigendomsbelangen of vergelijkbare niet-liquide instrumenten in het geval van een niet op een gereglementeerde markt genoteerde financiële onderneming; en
b. indien mogelijk, andere instrumenten zoals bedoeld in artikel 52 of artikel 63 van de verordening kapitaalvereisten of andere instrumenten die volledig in tier I-kernkapitaalinstrumenten kunnen worden omgezet of volledig kunnen worden afgewaardeerd, die in elk geval een goede weerspiegeling zijn van de kredietkwaliteit van de financiële onderneming in het kader van de lopende bedrijfsuitoefening en mogen worden gebruikt voor de uitkering van een variabele beloning.
2. De in het eerste lid bedoelde instrumenten zijn onderworpen aan een passend retentiebeleid dat tot doel heeft financiële prikkels af te stemmen op de belangen van de financiële onderneming op de langere termijn.
3. Het bepaalde in dit artikel is van toepassing op zowel het gedeelte van de variabele beloning, waarvan de uitkering voorwaardelijk wordt toegekend overeenkomstig artikel 21, als op het gedeelte van de variabele beloning, waarvan de uitkering onvoorwaardelijk wordt toegekend.
a. aandelen of vergelijkbare eigendomsbelangen, afhankelijk van de juridische structuur van de betreffende onderneming, dan wel, instrumenten waarvan de waarde gekoppeld is aan de waarde van aandelen of vergelijkbare eigendomsbelangen of vergelijkbare niet-liquide instrumenten in het geval van een niet op een gereglementeerde markt genoteerde financiële onderneming; en
b. indien mogelijk, andere instrumenten zoals bedoeld in artikel 52 of artikel 63 van de verordening kapitaalvereisten of andere instrumenten die volledig in tier I-kernkapitaalinstrumenten kunnen worden omgezet of volledig kunnen worden afgewaardeerd, die in elk geval een goede weerspiegeling zijn van de kredietkwaliteit van de financiële onderneming in het kader van de lopende bedrijfsuitoefening en mogen worden gebruikt voor de uitkering van een variabele beloning.
2. De in het eerste lid bedoelde instrumenten zijn onderworpen aan een passend retentiebeleid dat tot doel heeft financiële prikkels af te stemmen op de belangen van de financiële onderneming op de langere termijn.
3. Het bepaalde in dit artikel is van toepassing op zowel het gedeelte van de variabele beloning, waarvan de uitkering voorwaardelijk wordt toegekend overeenkomstig artikel 21, als op het gedeelte van de variabele beloning, waarvan de uitkering onvoorwaardelijk wordt toegekend.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035418
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl