BWBR0035418
Geldig vanaf 01-08-2014
Artikel 1
Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2014
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
b. Wft:Wet op het financieel toezicht;
c. 1. een beleggingsonderneming, als bedoeld in artikel 3:17, derde lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming, als bedoeld in artikel 3:22 van de Wft;
2. een clearinginstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een clearinginstelling, als bedoeld in artikel 3:27 van de Wft;
3. een entiteit voor risico-acceptatie, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor, als bedoeld in artikel 3:24b van de Wft;
4. een bank, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank, als bedoeld in artikel 3:23, tweede lid, van de Wft;
5. een premiepensioeninstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de Wft; of
6. een verzekeraar, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een bijkantoor, als bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, artikel 3:24c of artikel 3:26 van de Wft;
1. een beleggingsonderneming, als bedoeld in artikel 3:17, derde lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming, als bedoeld in artikel 3:22 van de Wft;
2. een clearinginstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een clearinginstelling, als bedoeld in artikel 3:27 van de Wft;
3. een entiteit voor risico-acceptatie, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor, als bedoeld in artikel 3:24b van de Wft;
4. een bank, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank, als bedoeld in artikel 3:23, tweede lid, van de Wft;
5. een premiepensioeninstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de Wft; of
6. een verzekeraar, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een bijkantoor, als bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, artikel 3:24c of artikel 3:26 van de Wft;
d. interne toezichthouder: een raad van commissarissen als bedoeld in de artikelen 140, onderscheidenlijk 250, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een orgaan dat een met die van een raad van commissarissen vergelijkbare taak heeft;
f. uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen: uitkeringen van discretionair pensioen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 73, van de verordening kapitaalvereisten;
g. verordening kapitaalvereisten: Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (CRR; PbEU L 176).
a. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
b. Wft:Wet op het financieel toezicht;
c. 1. een beleggingsonderneming, als bedoeld in artikel 3:17, derde lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming, als bedoeld in artikel 3:22 van de Wft;
2. een clearinginstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een clearinginstelling, als bedoeld in artikel 3:27 van de Wft;
3. een entiteit voor risico-acceptatie, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor, als bedoeld in artikel 3:24b van de Wft;
4. een bank, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank, als bedoeld in artikel 3:23, tweede lid, van de Wft;
5. een premiepensioeninstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de Wft; of
6. een verzekeraar, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een bijkantoor, als bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, artikel 3:24c of artikel 3:26 van de Wft;
1. een beleggingsonderneming, als bedoeld in artikel 3:17, derde lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming, als bedoeld in artikel 3:22 van de Wft;
2. een clearinginstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een clearinginstelling, als bedoeld in artikel 3:27 van de Wft;
3. een entiteit voor risico-acceptatie, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor, als bedoeld in artikel 3:24b van de Wft;
4. een bank, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank, als bedoeld in artikel 3:23, tweede lid, van de Wft;
5. een premiepensioeninstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de Wft; of
6. een verzekeraar, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een bijkantoor, als bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, artikel 3:24c of artikel 3:26 van de Wft;
d. interne toezichthouder: een raad van commissarissen als bedoeld in de artikelen 140, onderscheidenlijk 250, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een orgaan dat een met die van een raad van commissarissen vergelijkbare taak heeft;
f. uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen: uitkeringen van discretionair pensioen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 73, van de verordening kapitaalvereisten;
g. verordening kapitaalvereisten: Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (CRR; PbEU L 176).
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035418
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl