BWBR0035322
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 2.7
Boetebeleidsregel ACM 2014
1. Indien de ACM een bestuurlijke boete oplegt aan een natuurlijke persoon vanwege het geven van opdracht tot een overtreding of het feitelijk leiding geven aan een overtreding, kan de ACM bij de vaststelling van boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden als bedoeld in de artikelen 2.9en 2.10, rekening houden met de mate van betrokkenheid van de natuurlijke persoon bij het plegen van de overtreding en de positie van de natuurlijke persoon binnen de marktorganisatie waarvoor hij of zij werkzaam is, dan wel werkzaam was, en stelt de ACM een boetegrondslag vast die ten minste gerelateerd is aan de ernst van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder, teneinde tot een bestuurlijke boete te komen die uit het oogpunt van zowel algemene als specifieke preventie voldoende afschrikwekkend is.
2. De ACM stelt de basisboete voor natuurlijke personen vast, ingeval van de hieronder opgesomde overtredingen, binnen de volgende bandbreedtes:
a. € 0 – 50.000 voor het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtredingen die zijn ingedeeld in de categorieën I en II;
b. € 40.000 – 250.000 voor: 1°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtredingen die zijn ingedeeld in categorie III;
2.° het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet van minder dan € 10.000.000 van: – bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
– bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
1°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtredingen die zijn ingedeeld in categorie III;
2.° het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet van minder dan € 10.000.000 van: – bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
– bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
c. € 80.000 – 500.000 voor het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet tussen € 10.000.000 en 250.000.000 van: 1.° bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V, en VI;
2.° artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
3.° van de artikelen 24 van de Mededingingswet of 102 van het VWEU;
4.° artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
5.° bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
1.° bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V, en VI;
2.° artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
3.° van de artikelen 24 van de Mededingingswet of 102 van het VWEU;
4.° artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
5.° bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
d. € 120.000 – 900.000 voor het opdracht geven tot of tot het feitelijk leiding geven aan: 1.° een overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet van meer dan € 250.000.000 van: – bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101van het VWEU
– artikel 24 van de Mededingingswet of artikel 102 van het VWEU;
– artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
– bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
– bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101van het VWEU
– artikel 24 van de Mededingingswet of artikel 102 van het VWEU;
– artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
– bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
2.° overtredingen die zijn ingedeeld in de bandbreedte bedoeld in dit lid, onder c, en waarbij in een concreet geval, gelet op de bijzondere omstandigheden van dat geval, beboeting in de bandbreedte, bedoeld in dit lid, onder c, in het kader van specifieke preventie geen passende beboeting oplevert.
1.° een overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet van meer dan € 250.000.000 van: – bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101van het VWEU
– artikel 24 van de Mededingingswet of artikel 102 van het VWEU;
– artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
– bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
– bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101van het VWEU
– artikel 24 van de Mededingingswet of artikel 102 van het VWEU;
– artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
– bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
2.° overtredingen die zijn ingedeeld in de bandbreedte bedoeld in dit lid, onder c, en waarbij in een concreet geval, gelet op de bijzondere omstandigheden van dat geval, beboeting in de bandbreedte, bedoeld in dit lid, onder c, in het kader van specifieke preventie geen passende beboeting oplevert.
3. Indien de in het tweede lid bedoelde indeling in een boetecategorie in het concrete geval naar het oordeel van de ACM geen passende beboeting toelaat, kan de naast hogere of de naaste lagere categorie worden toegepast.
2. De ACM stelt de basisboete voor natuurlijke personen vast, ingeval van de hieronder opgesomde overtredingen, binnen de volgende bandbreedtes:
a. € 0 – 50.000 voor het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtredingen die zijn ingedeeld in de categorieën I en II;
b. € 40.000 – 250.000 voor: 1°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtredingen die zijn ingedeeld in categorie III;
2.° het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet van minder dan € 10.000.000 van: – bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
– bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
1°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtredingen die zijn ingedeeld in categorie III;
2.° het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet van minder dan € 10.000.000 van: – bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
– bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
c. € 80.000 – 500.000 voor het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet tussen € 10.000.000 en 250.000.000 van: 1.° bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V, en VI;
2.° artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
3.° van de artikelen 24 van de Mededingingswet of 102 van het VWEU;
4.° artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
5.° bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
1.° bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V, en VI;
2.° artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;
3.° van de artikelen 24 van de Mededingingswet of 102 van het VWEU;
4.° artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
5.° bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
d. € 120.000 – 900.000 voor het opdracht geven tot of tot het feitelijk leiding geven aan: 1.° een overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet van meer dan € 250.000.000 van: – bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101van het VWEU
– artikel 24 van de Mededingingswet of artikel 102 van het VWEU;
– artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
– bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
– bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101van het VWEU
– artikel 24 van de Mededingingswet of artikel 102 van het VWEU;
– artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
– bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
2.° overtredingen die zijn ingedeeld in de bandbreedte bedoeld in dit lid, onder c, en waarbij in een concreet geval, gelet op de bijzondere omstandigheden van dat geval, beboeting in de bandbreedte, bedoeld in dit lid, onder c, in het kader van specifieke preventie geen passende beboeting oplevert.
1.° een overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet van meer dan € 250.000.000 van: – bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101van het VWEU
– artikel 24 van de Mededingingswet of artikel 102 van het VWEU;
– artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
– bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
– bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;
– artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101van het VWEU
– artikel 24 van de Mededingingswet of artikel 102 van het VWEU;
– artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of
– bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;
2.° overtredingen die zijn ingedeeld in de bandbreedte bedoeld in dit lid, onder c, en waarbij in een concreet geval, gelet op de bijzondere omstandigheden van dat geval, beboeting in de bandbreedte, bedoeld in dit lid, onder c, in het kader van specifieke preventie geen passende beboeting oplevert.
3. Indien de in het tweede lid bedoelde indeling in een boetecategorie in het concrete geval naar het oordeel van de ACM geen passende beboeting toelaat, kan de naast hogere of de naaste lagere categorie worden toegepast.