BWBR0035322
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 2.6
Boetebeleidsregel ACM 2014
1. Bij de toepassing van artikel 2.5, vierde lid, gaat de ACM uit van de in Nederland behaalde omzet.
2. In afwijking van het eerste lid gaat de ACM uit van de wereldwijde omzet indien het uitgaan van de in Nederland behaalde omzet naar het oordeel van de ACM geen passende beboeting toelaat.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op overtredingen van de Postwet 2009of de Telecommunicatiewet.
4. Bij de geografische toerekening van de omzet past de ACM de uitgangspunten toe zoals uiteengezet door de Europese Commissie in de Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEU 2008, C 95).
5. Indien de omzet naar het oordeel van de ACM onvoldoende aansluit bij de daadwerkelijke economische macht van de overtreder, kan de ACM de hoogte van de basisboete bepalen in overeenstemming met deze economische macht.
6. Indien de ACM de omzet niet op basis van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan de ACM hiervan een schatting maken.
7. Indien er sprake is van een overtreding van artikel 34, eerste lid, van de Mededingingswetwordt, wanneer de concentratie in het jaar voorafgaand aan het besluit tot het opleggen van de bestuurlijke boete nog niet tot stand was gebracht, voor het bepalen van de omzet de jaaromzetten van de afzonderlijke bij de concentratie betrokken ondernemingen, of onderdelen daarvan, bij elkaar opgeteld.
2. In afwijking van het eerste lid gaat de ACM uit van de wereldwijde omzet indien het uitgaan van de in Nederland behaalde omzet naar het oordeel van de ACM geen passende beboeting toelaat.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op overtredingen van de Postwet 2009of de Telecommunicatiewet.
4. Bij de geografische toerekening van de omzet past de ACM de uitgangspunten toe zoals uiteengezet door de Europese Commissie in de Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEU 2008, C 95).
5. Indien de omzet naar het oordeel van de ACM onvoldoende aansluit bij de daadwerkelijke economische macht van de overtreder, kan de ACM de hoogte van de basisboete bepalen in overeenstemming met deze economische macht.
6. Indien de ACM de omzet niet op basis van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan de ACM hiervan een schatting maken.
7. Indien er sprake is van een overtreding van artikel 34, eerste lid, van de Mededingingswetwordt, wanneer de concentratie in het jaar voorafgaand aan het besluit tot het opleggen van de bestuurlijke boete nog niet tot stand was gebracht, voor het bepalen van de omzet de jaaromzetten van de afzonderlijke bij de concentratie betrokken ondernemingen, of onderdelen daarvan, bij elkaar opgeteld.