BWBR0035216
Geldig vanaf 2022-11-09
Artikel 9
Toetsbesluit PO
1. Een toetsaanbieder dient op 31 mei van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin de doorstroomtoets wordt afgenomen een aanvraag in bij het College voor toetsen en examens tot erkenning of vaststelling van een doorstroomtoets als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet College voor toetsen en examens.
2. Een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, die eerder dan 31 mei wordt ingediend bij het College voor toetsen en examens wordt beschouwd als een aanvraag ingediend op 31 mei.
3. In de aanvraag toont de toetsaanbieder aan dat de doorstroomtoets voldoet aan de kenmerken genoemd in artikel 4en overlegt de toetsaanbieder in ieder geval:
a. gegevens over de wijze waarop de beheersing van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen wordt gemeten;
b. de toetsopgaven;
c. de wijze waarop voldaan zal worden aan de procedure bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel f, van de Wet College voor toetsen en examens;
d. het toetsreglement, bedoeld in artikel 7; en
e. voor zover van toepassing: gegevens over de toepassing van de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel f, van de Wet College voor toetsen en examens, in eerdere schooljaren.
4. Een besluit tot erkenning van een doorstroomtoets door het College voor toetsen en examens als bedoeld in artikel 3a, derde lid, van de Wet College voor toetsen en examenswordt in de Staatscourant gepubliceerd. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de intrekking van de erkenning.
2. Een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, die eerder dan 31 mei wordt ingediend bij het College voor toetsen en examens wordt beschouwd als een aanvraag ingediend op 31 mei.
3. In de aanvraag toont de toetsaanbieder aan dat de doorstroomtoets voldoet aan de kenmerken genoemd in artikel 4en overlegt de toetsaanbieder in ieder geval:
a. gegevens over de wijze waarop de beheersing van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen wordt gemeten;
b. de toetsopgaven;
c. de wijze waarop voldaan zal worden aan de procedure bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel f, van de Wet College voor toetsen en examens;
d. het toetsreglement, bedoeld in artikel 7; en
e. voor zover van toepassing: gegevens over de toepassing van de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel f, van de Wet College voor toetsen en examens, in eerdere schooljaren.
4. Een besluit tot erkenning van een doorstroomtoets door het College voor toetsen en examens als bedoeld in artikel 3a, derde lid, van de Wet College voor toetsen en examenswordt in de Staatscourant gepubliceerd. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de intrekking van de erkenning.