BWBR0035216
Geldig vanaf 2022-11-09
Artikel 7
Toetsbesluit PO
1. Bij elke doorstroomtoets wordt door de betreffende toetsaanbieder een toetsreglement vastgesteld, waarin de wijze van afnemen wordt geregeld. Daarbij worden ten minste geregeld:
a. de wijze waarop de directeur de leerlingen aanmeldt voor de doorstroomtoets,
b. welke hulpmiddelen de leerlingen kunnen gebruiken,
c. de wijze waarop de doorstroomtoets kan worden afgelegd door leerlingen voor wie een afwijkende wijze van toetsing noodzakelijk is,
d. de wijze waarop de toetsopgaven aan de directeur ter beschikking worden gesteld,
e. de wijze waarop de geheimhouding van de toetsopgaven wordt geregeld en de wijze en het moment waarop de toetsopgaven openbaar worden gemaakt, en
f. de wijze waarop door de directeur toezicht wordt gehouden op leerlingen die de doorstroomtoets afleggen.
2. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de toetsen van het leerling- en onderwijsvolgsysteem.
a. de wijze waarop de directeur de leerlingen aanmeldt voor de doorstroomtoets,
b. welke hulpmiddelen de leerlingen kunnen gebruiken,
c. de wijze waarop de doorstroomtoets kan worden afgelegd door leerlingen voor wie een afwijkende wijze van toetsing noodzakelijk is,
d. de wijze waarop de toetsopgaven aan de directeur ter beschikking worden gesteld,
e. de wijze waarop de geheimhouding van de toetsopgaven wordt geregeld en de wijze en het moment waarop de toetsopgaven openbaar worden gemaakt, en
f. de wijze waarop door de directeur toezicht wordt gehouden op leerlingen die de doorstroomtoets afleggen.
2. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de toetsen van het leerling- en onderwijsvolgsysteem.