BWBR0035198
Geldig vanaf 2022-10-19
Artikel 6
Besluit lokaal spoor
1. Onverminderd de artikelen 22en 23 van de wetstellen gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur per baanvak de toegestane maximumsnelheid vast:
a. na advies van de beheerder, voor zover de lokale spoorweg afgescheiden van het overige wegverkeer ligt;
b. na advies van de beheerder en de wegbeheerder, voor zover de lokale spoorweg kruist met één of meerdere wegen;
c. overeenkomstig het advies van de wegbeheerder voor zover de lokale spoorweg in de wegverharding ligt, tenzij het advies van de beheerder aangeeft dat niet met die snelheid gereden kan worden.
2. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur maken de maximumsnelheid, bedoeld in het eerste lid, bekend aan in ieder geval de betrokken vervoerders, beheerders, verkeersleiding, toezichthouder van de lokale spoorweg en wegbeheerders.
a. na advies van de beheerder, voor zover de lokale spoorweg afgescheiden van het overige wegverkeer ligt;
b. na advies van de beheerder en de wegbeheerder, voor zover de lokale spoorweg kruist met één of meerdere wegen;
c. overeenkomstig het advies van de wegbeheerder voor zover de lokale spoorweg in de wegverharding ligt, tenzij het advies van de beheerder aangeeft dat niet met die snelheid gereden kan worden.
2. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur maken de maximumsnelheid, bedoeld in het eerste lid, bekend aan in ieder geval de betrokken vervoerders, beheerders, verkeersleiding, toezichthouder van de lokale spoorweg en wegbeheerders.