BWBR0034363
Geldig vanaf 2013-12-14
Artikel 22
Wet lokaal spoor
1. De beheerder draagt er zorg voor dat werkzaamheden aan en in de directe nabijheid van de lokale spoorweg alsmede het met die werkzaamheden samenhangend verkeer veilig plaatsvinden. De beheerder treft maatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om te voorkomen dat gevaar kan ontstaan voor:
a. het verkeer over de lokale spoorweg;
b. de weggebruikers van de aan de lokale spoorweg grenzende openbare weg;
c. het verkeer over een aan de lokale spoorweg grenzende hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Spoorwegwet;
d. de omwonenden; en
e. de baanwerkers.
2. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen regels stellen over de veilige uitvoering van de werkzaamheden aan of in de directe nabijheid van de lokale spoorweg.
a. het verkeer over de lokale spoorweg;
b. de weggebruikers van de aan de lokale spoorweg grenzende openbare weg;
c. het verkeer over een aan de lokale spoorweg grenzende hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Spoorwegwet;
d. de omwonenden; en
e. de baanwerkers.
2. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen regels stellen over de veilige uitvoering van de werkzaamheden aan of in de directe nabijheid van de lokale spoorweg.