BWBR0035180
Geldig vanaf 2014-07-01
Artikel 19c
Regeling wijn en olijfolie
1. De minister kan voor drie jaar toestemming verlenen voor het uitvoeren van een grootschalig experiment voor de toepassing van een oenologische behandeling of een oenologisch procedé als bedoeld in artikel 4 van gedelegeerde verordening (EU) 2019/934.
2. Voor het verlenen van toestemming wordt aan de volgende voorwaarden voldaan:
a. de behandeling of het procedé is getest in laboratoriumexperimenten, waarbij de resultaten zodanig zijn dat voortzetting op grotere schaal voldoende kansrijk is;
b. de voorlopige resultaten van deze experimenten hebben de veiligheid van de behandelmethode aangetoond uit oogpunt van volksgezondheid;
c. voor het experiment zijn zodanige hoeveelheden wijn nodig dat niet van de wijnproducent kan worden verwacht dat hij het verlies aan inkomsten door een verbod op de afzet hiervan kan dragen, en
d. er wordt geloofwaardig aangetoond dat het experiment een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de wijnkunde.
3. Het verzoek om toestemming omvat:
a. een volledig ingevuld door de minister ter beschikking gesteld middel;
b. een beschrijving van de uit te voeren experimentele behandeling of het uit te voeren experimenteel procedé;
c. een welomschreven, gedegen en wetenschappelijk verantwoorde proefopzet;
d. een beschrijving van de wijze van behandelen, de duur, de locatie en de aard van de experimenten en de verwachte hoeveelheid wijn;
e. de resultaten van de tests in een laboratorium, die zodanig positief moeten zijn dat uitvoering op grotere schaal uitzicht biedt op positieve resultaten;
f. verklaringen van onafhankelijke, niet bij het experiment betrokken deskundigen, waaruit blijkt dat de opzet en uitvoering van het voorgesteld experiment naar verwachting een positieve bijdrage levert aan het bevorderen van een goede bereiding, bewaring of ontwikkeling van wijn, en
g. het oordeel van een gezaghebbende instantie op gebied van volksgezondheid dat de behandeling of het procedé geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid.
4. In de toestemming kunnen voorschriften worden opgenomen over de aard en wijze van gebruik van de wijn, de hoeveelheid wijn, de rapportageverplichtingen, de etikettering en de bestemming.
5. De minister kan toestemming verlenen voor het in de handel brengen van de wijn die is verkregen door de experimentele toepassing van de oenologische behandeling of het oenologisch procedé, indien de analyse van deze wijn door een erkend laboratorium aantoont dat deze wijn geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid.
6. In geval van ernstige twijfel over de correcte naleving of constatering van niet-naleving van de in het vierde lid bedoelde voorschriften wordt de toestemming onmiddellijk ingetrokken.
7. Aan de minister kan verlenging van de toestemming, bedoeld in het eerste lid, worden verzocht voor ten hoogste drie jaren.
2. Voor het verlenen van toestemming wordt aan de volgende voorwaarden voldaan:
a. de behandeling of het procedé is getest in laboratoriumexperimenten, waarbij de resultaten zodanig zijn dat voortzetting op grotere schaal voldoende kansrijk is;
b. de voorlopige resultaten van deze experimenten hebben de veiligheid van de behandelmethode aangetoond uit oogpunt van volksgezondheid;
c. voor het experiment zijn zodanige hoeveelheden wijn nodig dat niet van de wijnproducent kan worden verwacht dat hij het verlies aan inkomsten door een verbod op de afzet hiervan kan dragen, en
d. er wordt geloofwaardig aangetoond dat het experiment een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de wijnkunde.
3. Het verzoek om toestemming omvat:
a. een volledig ingevuld door de minister ter beschikking gesteld middel;
b. een beschrijving van de uit te voeren experimentele behandeling of het uit te voeren experimenteel procedé;
c. een welomschreven, gedegen en wetenschappelijk verantwoorde proefopzet;
d. een beschrijving van de wijze van behandelen, de duur, de locatie en de aard van de experimenten en de verwachte hoeveelheid wijn;
e. de resultaten van de tests in een laboratorium, die zodanig positief moeten zijn dat uitvoering op grotere schaal uitzicht biedt op positieve resultaten;
f. verklaringen van onafhankelijke, niet bij het experiment betrokken deskundigen, waaruit blijkt dat de opzet en uitvoering van het voorgesteld experiment naar verwachting een positieve bijdrage levert aan het bevorderen van een goede bereiding, bewaring of ontwikkeling van wijn, en
g. het oordeel van een gezaghebbende instantie op gebied van volksgezondheid dat de behandeling of het procedé geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid.
4. In de toestemming kunnen voorschriften worden opgenomen over de aard en wijze van gebruik van de wijn, de hoeveelheid wijn, de rapportageverplichtingen, de etikettering en de bestemming.
5. De minister kan toestemming verlenen voor het in de handel brengen van de wijn die is verkregen door de experimentele toepassing van de oenologische behandeling of het oenologisch procedé, indien de analyse van deze wijn door een erkend laboratorium aantoont dat deze wijn geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid.
6. In geval van ernstige twijfel over de correcte naleving of constatering van niet-naleving van de in het vierde lid bedoelde voorschriften wordt de toestemming onmiddellijk ingetrokken.
7. Aan de minister kan verlenging van de toestemming, bedoeld in het eerste lid, worden verzocht voor ten hoogste drie jaren.