BWBR0035151
Geldig vanaf 2014-06-04
Artikel 5
Regeling kwijtschelding en buiteninvorderingstelling 2014
1. Indien de in artikel 4, eerste lid, onder b, bedoelde afweging ten nadele uitvalt van verdere invorderingsmaatregelen en er niet om een beleidsmatige reden wordt besloten de invorderingsprocedure voort te zetten, wordt de vordering buiten invordering gesteld.
2. Voor een buiteninvorderingstelling die niet op basis van een a.o.-procedure plaatsvindt, is boven het bedrag van € 5.000 (vijfduizend euro) de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot buiteninvorderingstelling besluit.
3. Voor een buiteninvorderingstelling die op basis van een a.o.-procedure plaatsvindt, is boven het bedrag van € 25.000 (vijfentwintigduizend euro) de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot buiteninvorderingstelling besluit.
4. Voor een buiteninvorderingstelling boven het bedrag van € 1 miljoen euro is de instemming van de Minister van Financiën nodig.
2. Voor een buiteninvorderingstelling die niet op basis van een a.o.-procedure plaatsvindt, is boven het bedrag van € 5.000 (vijfduizend euro) de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot buiteninvorderingstelling besluit.
3. Voor een buiteninvorderingstelling die op basis van een a.o.-procedure plaatsvindt, is boven het bedrag van € 25.000 (vijfentwintigduizend euro) de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot buiteninvorderingstelling besluit.
4. Voor een buiteninvorderingstelling boven het bedrag van € 1 miljoen euro is de instemming van de Minister van Financiën nodig.