BWBR0035151
Geldig vanaf 2014-06-04
Artikel 3
Regeling kwijtschelding en buiteninvorderingstelling 2014
1. Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde kan tot kwijtschelding worden besloten op grond van billijkheid, doelmatigheid of om een beleidsmatige reden.
2. Voor een kwijtschelding die niet bij of krachtens een specifieke wet plaatsvindt is de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot kwijtschelding besluit.
3. Voor een kwijtschelding die bij of krachtens een specifieke wet plaatsvindt is boven het bedrag van € 500.000 (vijfhonderdduizend euro) de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot kwijtschelding besluit.
4. Het kwijtgescholden bedrag wordt in de vorderingenadministratie afgeboekt.
5. Na afloop van elk jaar stelt de betrokken budgethouder aan de directeur FEZ de door deze te bepalen gegevens beschikbaar over de verleende kwijtscheldingen waartoe in het voorafgaande jaar is besloten.
2. Voor een kwijtschelding die niet bij of krachtens een specifieke wet plaatsvindt is de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot kwijtschelding besluit.
3. Voor een kwijtschelding die bij of krachtens een specifieke wet plaatsvindt is boven het bedrag van € 500.000 (vijfhonderdduizend euro) de instemming nodig van de betrokken directeur FEZ of van de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ in mandaat tot kwijtschelding besluit.
4. Het kwijtgescholden bedrag wordt in de vorderingenadministratie afgeboekt.
5. Na afloop van elk jaar stelt de betrokken budgethouder aan de directeur FEZ de door deze te bepalen gegevens beschikbaar over de verleende kwijtscheldingen waartoe in het voorafgaande jaar is besloten.