BWBR0035147
Geldig vanaf 2014-06-04
Artikel 3
Subsidieregeling Vios po en vo
1. De Minister kan aan het bevoegd gezag van een instelling subsidie verstrekken voor de verankering van internationalisering in het schoolbeleid. Voor scholen in het primair onderwijs die nog niet zijn gestart met internationalisering kan subsidie worden verstrekt voor de introductie ervan in het schoolbeleid.
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, hebben betrekking op:
a. Leerlingenmobiliteit: Samenwerking of uitwisseling van leerlingen met een buitenlandse partnerinstelling, mits dit onderdeel is van de verankering van internationalisering in het curriculum. Dit betekent dat de mobiliteit in dienst moet staan van het internationaliserende karakter van het curriculum, zoals bijvoorbeeld bij tweetalig onderwijs.
b. Lerarenmobiliteit: Nascholing in het buitenland van leraren, schoolleiders en lerarenopleiders.
c. Stages: Onderwijskundige stages in het buitenland van studenten aan de initiële lerarenopleiding zoals genoemd in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, niet zijnde extranei, mits deze een onderzoekscomponent bevat.
d. Curriculum: Invoering van vvto, tto, Elos – grensverleggend onderwijs, International Primary Curriculum of soortgelijk internationaliserend onderwijsconcept in het schoolcurriculum; invoering van Engels, Duits of Frans als deelvoertaal in het primair onderwijs met een maximum van 15% van de onderwijstijd; samenwerking en afstemming in het kader van internationalisering tussen onderwijsinstellingen uit verschillende onderwijslagen ten behoeve van doorlopende leerlijnen.
e. Nieuwe initiatieven: Nieuwe initiatieven die de verankering van internationalisering in het schoolbeleid bevorderen.
3. Het eventueel niet voor de activiteiten aangewende deel van de subsidie kan, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, worden besteed aan andere activiteiten van de instelling waarvoor bekostiging wordt verstrekt. De activiteiten moeten uiterlijk zijn uitgevoerd voor 1 augustus 2017.
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, hebben betrekking op:
a. Leerlingenmobiliteit: Samenwerking of uitwisseling van leerlingen met een buitenlandse partnerinstelling, mits dit onderdeel is van de verankering van internationalisering in het curriculum. Dit betekent dat de mobiliteit in dienst moet staan van het internationaliserende karakter van het curriculum, zoals bijvoorbeeld bij tweetalig onderwijs.
b. Lerarenmobiliteit: Nascholing in het buitenland van leraren, schoolleiders en lerarenopleiders.
c. Stages: Onderwijskundige stages in het buitenland van studenten aan de initiële lerarenopleiding zoals genoemd in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, niet zijnde extranei, mits deze een onderzoekscomponent bevat.
d. Curriculum: Invoering van vvto, tto, Elos – grensverleggend onderwijs, International Primary Curriculum of soortgelijk internationaliserend onderwijsconcept in het schoolcurriculum; invoering van Engels, Duits of Frans als deelvoertaal in het primair onderwijs met een maximum van 15% van de onderwijstijd; samenwerking en afstemming in het kader van internationalisering tussen onderwijsinstellingen uit verschillende onderwijslagen ten behoeve van doorlopende leerlijnen.
e. Nieuwe initiatieven: Nieuwe initiatieven die de verankering van internationalisering in het schoolbeleid bevorderen.
3. Het eventueel niet voor de activiteiten aangewende deel van de subsidie kan, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, worden besteed aan andere activiteiten van de instelling waarvoor bekostiging wordt verstrekt. De activiteiten moeten uiterlijk zijn uitgevoerd voor 1 augustus 2017.