BWBR0035000
Geldig vanaf 2015-04-01
Artikel 3
Regeling basisnet
1. Op een weg als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is het referentiepunt gelegen in het midden van de middenberm.
2. In afwijking van het eerste lid is het referentiepunt gelegen op:
a. het midden tussen de buitenste kantstrepen van een doorgaande rijbaan indien: 1°. de betrokken weg bestemd is voor éénrichtingsverkeer, of
2°. de middenberm breder is dan 25 meter,
1°. de betrokken weg bestemd is voor éénrichtingsverkeer, of
2°. de middenberm breder is dan 25 meter,
b. de scheiding van de rijrichtingen, indien het een weg zonder middenberm met twee rijrichtingen betreft;
c. het midden tussen de buitenste randen van het asfalt, indien de doorgaande rijbaan geen buitenste kantstreep heeft.
3. Een verbindingsboog wordt voor het bepalen van de ligging van het referentiepunt aangemerkt als een weg bestemd voor éénrichtingsverkeer.
2. In afwijking van het eerste lid is het referentiepunt gelegen op:
a. het midden tussen de buitenste kantstrepen van een doorgaande rijbaan indien: 1°. de betrokken weg bestemd is voor éénrichtingsverkeer, of
2°. de middenberm breder is dan 25 meter,
1°. de betrokken weg bestemd is voor éénrichtingsverkeer, of
2°. de middenberm breder is dan 25 meter,
b. de scheiding van de rijrichtingen, indien het een weg zonder middenberm met twee rijrichtingen betreft;
c. het midden tussen de buitenste randen van het asfalt, indien de doorgaande rijbaan geen buitenste kantstreep heeft.
3. Een verbindingsboog wordt voor het bepalen van de ligging van het referentiepunt aangemerkt als een weg bestemd voor éénrichtingsverkeer.