BWBR0034521
Geldig vanaf 2016-01-18
Artikel 13a
Regeling opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren
1. Alle taken en bevoegdheden met betrekking tot het afgeven van een erkenning van EU-beroepskwalificaties als bedoeld in de wet en de daarop berustende bepalingen, worden voor de uitoefening van het beroep van bootman, gedelegeerd aan:
a. burgemeester en wethouders van gemeenten waarin bij of krachtens de Gemeentewet, in verband met de beroepsuitoefening door bootmannen, regels zijn gesteld ter bevordering van een goed havenbeheer; of
b. het bestuur van een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen door wie bij of krachtens die wet, in verband met de beroepsuitoefening door bootmannen, regels zijn gesteld ter bevordering van een goed havenbeheer.
2. Ten behoeve van de uitvoering van artikel 31b van de wet, informeert degene die op grond van het eerste lid belast is met besluiten met betrekking tot het afgeven van een erkenning van EU-beroepskwalificaties voor bootman, de Minister van Infrastructuur en Milieu onmiddellijk nadat een migrerende beroepsbeoefenaar door een rechterlijke instantie of een andere bij of krachtens de Nederlandse wetgeving bevoegde instantie in Nederland schuldig is bevonden aan het gebruik van valse beroepskwalificaties in verband met een procedure als bedoeld in de hoofdstukken 2, 3en 3a van de wetof de in het eerste lid bedoelde bepalingen krachtens de Gemeentewetof de Wet gemeenschappelijke regelingen.
3. Onverminderd het tweede lid, verstrekt degene die op grond van het eerste lid belast is met besluiten met betrekking tot het afgeven van een erkenning van de EU-beroepskwalificaties voor bootman, de Minister van Infrastructuur en Milieu op diens verzoek alle informatie die hij nodig heeft ten behoeve van de uitvoering van de wet.
a. burgemeester en wethouders van gemeenten waarin bij of krachtens de Gemeentewet, in verband met de beroepsuitoefening door bootmannen, regels zijn gesteld ter bevordering van een goed havenbeheer; of
b. het bestuur van een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen door wie bij of krachtens die wet, in verband met de beroepsuitoefening door bootmannen, regels zijn gesteld ter bevordering van een goed havenbeheer.
2. Ten behoeve van de uitvoering van artikel 31b van de wet, informeert degene die op grond van het eerste lid belast is met besluiten met betrekking tot het afgeven van een erkenning van EU-beroepskwalificaties voor bootman, de Minister van Infrastructuur en Milieu onmiddellijk nadat een migrerende beroepsbeoefenaar door een rechterlijke instantie of een andere bij of krachtens de Nederlandse wetgeving bevoegde instantie in Nederland schuldig is bevonden aan het gebruik van valse beroepskwalificaties in verband met een procedure als bedoeld in de hoofdstukken 2, 3en 3a van de wetof de in het eerste lid bedoelde bepalingen krachtens de Gemeentewetof de Wet gemeenschappelijke regelingen.
3. Onverminderd het tweede lid, verstrekt degene die op grond van het eerste lid belast is met besluiten met betrekking tot het afgeven van een erkenning van de EU-beroepskwalificaties voor bootman, de Minister van Infrastructuur en Milieu op diens verzoek alle informatie die hij nodig heeft ten behoeve van de uitvoering van de wet.