BWBR0034490
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 2
Regeling toezicht terugkeer vreemdelingen
1. De inspectie houdt toezicht op het terugkeerproces.
2. Bij de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak, ontvangt de inspectie geen aanwijzingen van de Minister of anderen over de te hanteren methodiek, haar oordeelsvorming en de rapportage daarover.
3. De inspectie rapporteert periodiek omtrent de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde taak aan de Minister en aan andere betrokken bewindspersonen. Een afschrift van deze rapportage wordt verzonden aan de instanties waar het toezicht wordt uitgeoefend.
4. Indien een rapportage niet binnen zes weken na het uitbrengen ervan aan de Minister door de Minister of een andere bewindspersoon openbaar is gemaakt, wordt deze openbaar gemaakt door plaatsing op de website van de inspectie.
5. De inspectie brengt over de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde taak jaarlijks schriftelijk verslag uit aan de Minister en andere betrokken bewindspersonen.
2. Bij de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak, ontvangt de inspectie geen aanwijzingen van de Minister of anderen over de te hanteren methodiek, haar oordeelsvorming en de rapportage daarover.
3. De inspectie rapporteert periodiek omtrent de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde taak aan de Minister en aan andere betrokken bewindspersonen. Een afschrift van deze rapportage wordt verzonden aan de instanties waar het toezicht wordt uitgeoefend.
4. Indien een rapportage niet binnen zes weken na het uitbrengen ervan aan de Minister door de Minister of een andere bewindspersoon openbaar is gemaakt, wordt deze openbaar gemaakt door plaatsing op de website van de inspectie.
5. De inspectie brengt over de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde taak jaarlijks schriftelijk verslag uit aan de Minister en andere betrokken bewindspersonen.