BWBR0034432
Geldig vanaf 2016-03-16
Artikel 2
Subsidieregeling kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg
1. De minister kan in de periode 2014 tot en met 2018 aan een instelling jaarlijks een subsidie verstrekken ten behoeve van een organisatorisch verband met een toelating als bedoeld in artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingenvoor het verlenen van zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.
2. In afwijking van het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van een organisatorisch verband dat in het kader van de Zorgverzekeringswetuitsluitend geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verleent.
3. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor interne en externe opleidingen van personeel, voor het begeleiden van personeel in het kader van de opleiding, voor het vervangen van personeel dat opgeleid wordt en voor opleidingsfaciliteiten.
4. Onder personeel wordt verstaan de natuurlijke personen die op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst met de instelling of van een schriftelijke aanstelling van de instelling werkzaam zijn in het organisatorisch verband waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
5. De subsidie wordt voorts uitsluitend verstrekt voor activiteiten die passen binnen het strategisch opleidingsplan.
6. In afwijking van het derde lid wordt geen subsidie verstrekt voor activiteiten ten behoeve van:
a. opleidingen waarvoor de Nederlandse Zorgautoriteit op grond van artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg een beschikbaarheidsbijdrage kan verstrekken met inachtneming van de beleidsregels, bedoeld in artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van die wet;
b. opleidingen waarvoor de minister op grond van de Subsidieregeling stageplaatsen zorg II een subsidie kan verstrekken;
c. opleidingen waarvoor de minister op grond van de Subsidieregeling opleiding tot advanced nurse practitioner en opleiding tot physician assistant een subsidie kan verstrekken;
d. andere opleidingen waarvoor de instelling een subsidie of een andere financiële bijdrage van een ander bestuursorgaan ontvangt of kan ontvangen.
2. In afwijking van het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van een organisatorisch verband dat in het kader van de Zorgverzekeringswetuitsluitend geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verleent.
3. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor interne en externe opleidingen van personeel, voor het begeleiden van personeel in het kader van de opleiding, voor het vervangen van personeel dat opgeleid wordt en voor opleidingsfaciliteiten.
4. Onder personeel wordt verstaan de natuurlijke personen die op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst met de instelling of van een schriftelijke aanstelling van de instelling werkzaam zijn in het organisatorisch verband waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
5. De subsidie wordt voorts uitsluitend verstrekt voor activiteiten die passen binnen het strategisch opleidingsplan.
6. In afwijking van het derde lid wordt geen subsidie verstrekt voor activiteiten ten behoeve van:
a. opleidingen waarvoor de Nederlandse Zorgautoriteit op grond van artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg een beschikbaarheidsbijdrage kan verstrekken met inachtneming van de beleidsregels, bedoeld in artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van die wet;
b. opleidingen waarvoor de minister op grond van de Subsidieregeling stageplaatsen zorg II een subsidie kan verstrekken;
c. opleidingen waarvoor de minister op grond van de Subsidieregeling opleiding tot advanced nurse practitioner en opleiding tot physician assistant een subsidie kan verstrekken;
d. andere opleidingen waarvoor de instelling een subsidie of een andere financiële bijdrage van een ander bestuursorgaan ontvangt of kan ontvangen.