Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. het ministerie: het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. de Wet: de Algemene wet bestuursrecht;
d. besluit: een besluit, als bedoeld in de Wet, van of namens de minister waarbij een ambtenaar als zodanig belanghebbende is;
e. commissie: de adviescommissie, als bedoeld in artikel 7:13 van de Wet, die is ingesteld op grond van artikel 2, eerste lid;
f. EC O&P: het Expertisecentrum Organisatie en Personeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
g. secretaris: de secretaris van de commissie bedoeld in artikel 4;
h. medewerker: het personeelslid en gewezen personeelslid van het ministerie, aangesteld krachtens het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
i. bezwaarde: de ambtenaar daaronder begrepen zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden die als zodanig een bezwaarschrift tegen een besluit indient dan wel indienen.
a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. het ministerie: het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. de Wet: de Algemene wet bestuursrecht;
d. besluit: een besluit, als bedoeld in de Wet, van of namens de minister waarbij een ambtenaar als zodanig belanghebbende is;
e. commissie: de adviescommissie, als bedoeld in artikel 7:13 van de Wet, die is ingesteld op grond van artikel 2, eerste lid;
f. EC O&P: het Expertisecentrum Organisatie en Personeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
g. secretaris: de secretaris van de commissie bedoeld in artikel 4;
h. medewerker: het personeelslid en gewezen personeelslid van het ministerie, aangesteld krachtens het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
i. bezwaarde: de ambtenaar daaronder begrepen zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden die als zodanig een bezwaarschrift tegen een besluit indient dan wel indienen.