BWBR0034363
Geldig vanaf 2013-12-14
Artikel 21
Wet lokaal spoor
1. De beheerder stelt, na overleg met de vervoerder en andere rechthebbenden op de lokale spoorweginfrastructuur jaarlijks ter uitvoering van de visie, bedoeld in artikel 17, een beheerplan op.
2. Het beheerplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur.
3. De beheerder legt jaarlijks voor 1 april aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur in een jaarverslag verantwoording af over de uitoefening van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar.
4. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen in de voorschriften, bedoeld in artikel 18, zesde lid, eisen stellen aan de inhoud en de procedure van totstandkoming van het beheerplan alsmede aan het jaarverslag.
2. Het beheerplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur.
3. De beheerder legt jaarlijks voor 1 april aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur in een jaarverslag verantwoording af over de uitoefening van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar.
4. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen in de voorschriften, bedoeld in artikel 18, zesde lid, eisen stellen aan de inhoud en de procedure van totstandkoming van het beheerplan alsmede aan het jaarverslag.