BWBR0034331
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 42
Wet op de Kamer van Koophandel
1. Onverminderd <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 29, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>kan Onze Minister aan de begroting goedkeuring onthouden indien hij bezwaar heeft tegen de hoogte van het voorgestelde bedrag dat met toepassing van artikel 39in de rijksbegroting zal worden opgenomen.
2. Bij de goedkeuring kan Onze Minister in afwijking van de begroting een bedrag bestemmen voor een bepaalde taak als bedoeld in de artikelen 5en 24 tot en met 28. Uitgaven van de Kamer in strijd met de bestemming kunnen door Onze Minister geheel of gedeeltelijk in mindering worden gebracht op bijdragen in de daaropvolgende jaren.
3. Onze Minister verstrekt in het desbetreffende jaar in een door hem te bepalen ritme een bijdrage ter hoogte van de kosten die krachtens artikel 39, tweede lid, ten laste komen van de rijksbegroting.
4. Indien voor uitgaven in een bepaalde maand nog geen begroting is goedgekeurd, is de Kamer gerechtigd uitgaven te doen tot ten hoogste een door Onze Minister voor die maand vastgesteld bedrag.
2. Bij de goedkeuring kan Onze Minister in afwijking van de begroting een bedrag bestemmen voor een bepaalde taak als bedoeld in de artikelen 5en 24 tot en met 28. Uitgaven van de Kamer in strijd met de bestemming kunnen door Onze Minister geheel of gedeeltelijk in mindering worden gebracht op bijdragen in de daaropvolgende jaren.
3. Onze Minister verstrekt in het desbetreffende jaar in een door hem te bepalen ritme een bijdrage ter hoogte van de kosten die krachtens artikel 39, tweede lid, ten laste komen van de rijksbegroting.
4. Indien voor uitgaven in een bepaalde maand nog geen begroting is goedgekeurd, is de Kamer gerechtigd uitgaven te doen tot ten hoogste een door Onze Minister voor die maand vastgesteld bedrag.