BWBR0034331
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 34
Wet op de Kamer van Koophandel
1. Voor activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 5, 24 tot en met 28, eerste lid, 30en 31, stelt Onze Minister ter gehele of gedeeltelijke financiering van de aan de uitvoering van die activiteiten voor de Kamer verbonden kosten, de vergoedingen vast.
2. De Kamer doet, gehoord de Centrale Raad, met het oog op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister jaarlijks vóór 15 oktober een voorstel toekomen.
3. De vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verschuldigd, zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de betalingstermijn vastgesteld.
4. De Kamer is bevoegd de betaling van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, af te dwingen door het uitvaardigen van een dwangbevel.
2. De Kamer doet, gehoord de Centrale Raad, met het oog op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister jaarlijks vóór 15 oktober een voorstel toekomen.
3. De vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verschuldigd, zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de betalingstermijn vastgesteld.
4. De Kamer is bevoegd de betaling van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, af te dwingen door het uitvaardigen van een dwangbevel.