BWBR0034184
Geldig vanaf 2019-04-11
Artikel 7
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013
1. Aan de hoofdingenieur-directeuren, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, worden, met inachtneming van de artikelen 3en 12, tevens de aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden gemandateerd voor zover zij een door de directeur-generaal Rijkswaterstaat aangewezen corporate taak uitoefenen die het eigen organisatieonderdeel overstijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verlening van bevoegdheden in mandaat aan directeuren of project- of programmadirecteuren als bedoeld in de artikelen 5en 6, steeds tweede lid.
3. De aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden worden, met inachtneming van de artikelen 3en 12, eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen:
a. de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat-programma Duurzaamheid en Leefomgeving;
b. de project- of programmamanager portefeuillehouder bedrijfsvoering project Schiphol – Amsterdam – Almere;
c. de programmamanager Veranderopgave Omgevingswet RWS, en
d. het Hoofd secretariaat Vlaams Nederlands Schelde Commissie (VNSC) bij het organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Zee en Delta.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verlening van bevoegdheden in mandaat aan directeuren of project- of programmadirecteuren als bedoeld in de artikelen 5en 6, steeds tweede lid.
3. De aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden worden, met inachtneming van de artikelen 3en 12, eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen:
a. de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat-programma Duurzaamheid en Leefomgeving;
b. de project- of programmamanager portefeuillehouder bedrijfsvoering project Schiphol – Amsterdam – Almere;
c. de programmamanager Veranderopgave Omgevingswet RWS, en
d. het Hoofd secretariaat Vlaams Nederlands Schelde Commissie (VNSC) bij het organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Zee en Delta.