BWBR0034184
Geldig vanaf 2019-04-11
Artikel 5
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013
1. De aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden worden, met inachtneming van de artikelen 3en 12, eveneens gemandateerd aan de hoofdingenieur-directeuren van de regionale en centrale organisatieonderdelen.
2. De hoofdingenieur-directeuren kunnen met inachtneming van artikel 12binnen hun organisatieonderdeel ten aanzien van de aan hen verleende bevoegdheden mandaat verlenen aan:
a. de directeuren;
b. de afdelingshoofden en districtshoofden, en
c. de projectdirecteuren, projectmanagers en projectleiders van projecten met een waarde groter dan € 50.000.000.
3. De in het tweede lid, onder c, genoemde functionarissen worden geen bevoegdheden verleend in HRM-aangelegenheden.
4. De hoofingenieur-directeuren van de organisatieonderdelen Rijkswaterstaat Grote Projecten en Onderhoud en Rijkswaterstaat Programma’s, Projecten en Onderhoud kunnen met inachtneming van artikel 12 hun bevoegdheden ook mandateren aan project- of programmadirecteuren – Portfoliomanagement, project- of programmamanagers – Portfoliomanagement, project- of programmadirecteuren – Projectmanagement, project- of programmamanagers en projectleiders. De project- of programmadirecteuren – Projectmanagement, project- of programmamanagers en projectleiders worden geen bevoegdheden verleend in HRM-aangelegenheden.
5. De hoofdingenieur-directeur van het organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Centrale Informatievoorziening kan met inachtneming van artikel 12binnen zijn organisatieonderdeel zijn bevoegdheden ook mandateren aan de programmadirecteuren.
6. De hoofdingenieur-directeur van het organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Zuid-Nederland kan met inachtneming van artikel 12binnen zijn organisatieonderdeel zijn bevoegdheden ook mandateren aan de project- of programmadirecteur van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland.
2. De hoofdingenieur-directeuren kunnen met inachtneming van artikel 12binnen hun organisatieonderdeel ten aanzien van de aan hen verleende bevoegdheden mandaat verlenen aan:
a. de directeuren;
b. de afdelingshoofden en districtshoofden, en
c. de projectdirecteuren, projectmanagers en projectleiders van projecten met een waarde groter dan € 50.000.000.
3. De in het tweede lid, onder c, genoemde functionarissen worden geen bevoegdheden verleend in HRM-aangelegenheden.
4. De hoofingenieur-directeuren van de organisatieonderdelen Rijkswaterstaat Grote Projecten en Onderhoud en Rijkswaterstaat Programma’s, Projecten en Onderhoud kunnen met inachtneming van artikel 12 hun bevoegdheden ook mandateren aan project- of programmadirecteuren – Portfoliomanagement, project- of programmamanagers – Portfoliomanagement, project- of programmadirecteuren – Projectmanagement, project- of programmamanagers en projectleiders. De project- of programmadirecteuren – Projectmanagement, project- of programmamanagers en projectleiders worden geen bevoegdheden verleend in HRM-aangelegenheden.
5. De hoofdingenieur-directeur van het organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Centrale Informatievoorziening kan met inachtneming van artikel 12binnen zijn organisatieonderdeel zijn bevoegdheden ook mandateren aan de programmadirecteuren.
6. De hoofdingenieur-directeur van het organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Zuid-Nederland kan met inachtneming van artikel 12binnen zijn organisatieonderdeel zijn bevoegdheden ook mandateren aan de project- of programmadirecteur van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland.