BWBR0034144
Geldig vanaf 2025-09-01
Artikel 9b
Subsidieregeling praktijkleren
Subsidie op grond van artikel 9a, eerste, derde en vijfde lid, wordt slechts verstrekt voor zover:
a. de leerling als daadwerkelijk schoolgaand staat ingeschreven aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs en in het laatste schooljaar onderwijs volgt in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel als bedoeld in artikel 14c van de WEC, een leer-werktraject in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs, bedoeld in artikel 14a van de WEC respectievelijk een entreeopleiding in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 14a tweede lid van de WEC in samenhang met artikel 2.102 van de WVO 2020;
b. de stage van de uitstroomprofielen, bedoeld in het eerste lid, een omvang heeft van tenminste 640 klokuren en voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 17, van de WEC en Titel III van het Onderwijskundig besluit WEC;
c. de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de leerling door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een stage-overeenkomst;
d. de volgende gegevens aan de Minister zijn geleverd, bedoeld in artikel 12 van de Wet register onderwijsdeelnemers: 1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
e. de werkgever over een gunstige beoordeling beschikt door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.5.3, tweede lid, van de WEB;
f. de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de leerling bij het praktijkgedeelte; en
g. de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de leerling blijkt en de wijze waarop de leerling de leerdoelen van het praktijkgedeelte heeft behaald.
a. de leerling als daadwerkelijk schoolgaand staat ingeschreven aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs en in het laatste schooljaar onderwijs volgt in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel als bedoeld in artikel 14c van de WEC, een leer-werktraject in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs, bedoeld in artikel 14a van de WEC respectievelijk een entreeopleiding in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 14a tweede lid van de WEC in samenhang met artikel 2.102 van de WVO 2020;
b. de stage van de uitstroomprofielen, bedoeld in het eerste lid, een omvang heeft van tenminste 640 klokuren en voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 17, van de WEC en Titel III van het Onderwijskundig besluit WEC;
c. de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de leerling door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een stage-overeenkomst;
d. de volgende gegevens aan de Minister zijn geleverd, bedoeld in artikel 12 van de Wet register onderwijsdeelnemers: 1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
e. de werkgever over een gunstige beoordeling beschikt door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.5.3, tweede lid, van de WEB;
f. de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de leerling bij het praktijkgedeelte; en
g. de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de leerling blijkt en de wijze waarop de leerling de leerdoelen van het praktijkgedeelte heeft behaald.