BWBR0034144
Geldig vanaf 2025-09-01
Artikel 11
Subsidieregeling praktijkleren
1. Subsidie op grond van artikel 10, eerste lid, wordt slechts verstrekt voor zover:
a. de leerling een basisberoepsgerichte leerweg in het voortgezet onderwijs volgt die is ingericht als leer-werktraject als bedoeld in artikel 2.103 van de WVO 2020 en dat specifiek is gericht op het behalen van een startkwalificatie op het niveau van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de WEB;
b. het praktijkgedeelte van het leer-werktraject voldoet aan het aantal klokuren, bedoeld in artikel 2.38, negende lid, van de WVO 2020;
c. de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de leerling door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een praktijkleerovereenkomst;
d. de volgende gegevens aan de Minister zijn geleverd, bedoeld in artikel 12 van de Wet register onderwijsdeelnemers: 1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
e. de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de leerling bij het praktijkgedeelte; en
f. de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de leerling blijkt en de wijze waarop de leerling de leerdoelen van het praktijkgedeelte heeft behaald.
2. Subsidie op grond van artikel 10, derde lid, wordt slechts verstrekt voor zover:
a. de leerling een basisberoepsgerichte leerweg in het voortgezet onderwijs volgt die is ingericht als entreeopleiding als bedoeld in artikel 2.102 van de WVO 2020 en dat wordt verzorgd als beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB;
b. de beroepspraktijkvorming van de entreeopleiding voldoet aan het aantal klokuren, bedoeld in artikel 7.2.7, vierde lid, van de WEB;
c. de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de leerling door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een praktijkleerovereenkomst;
d. de volgende gegevens aan de Minister zijn geleverd, bedoeld in artikel 12 van de Wet register onderwijsdeelnemers: 1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
e. de werkgever beschikt over een gunstige beoordeling door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 1.5.3, tweede lid, van de WEB, dan wel over een positieve beoordeling beschikt van de Raad onderwijs arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 1.5.2, vierde en vijfde, lid van de WEB BES;
f. de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de leerling bij het praktijkgedeelte; en
g. de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de leerling blijkt en de wijze waarop de leerling de leerdoelen van het praktijkgedeelte heeft behaald.
3. De voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, en het tweede lid, onderdeel d, geldt niet voor gerealiseerde praktijkleerplaatsen op Bonaire.
a. de leerling een basisberoepsgerichte leerweg in het voortgezet onderwijs volgt die is ingericht als leer-werktraject als bedoeld in artikel 2.103 van de WVO 2020 en dat specifiek is gericht op het behalen van een startkwalificatie op het niveau van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de WEB;
b. het praktijkgedeelte van het leer-werktraject voldoet aan het aantal klokuren, bedoeld in artikel 2.38, negende lid, van de WVO 2020;
c. de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de leerling door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een praktijkleerovereenkomst;
d. de volgende gegevens aan de Minister zijn geleverd, bedoeld in artikel 12 van de Wet register onderwijsdeelnemers: 1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
e. de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de leerling bij het praktijkgedeelte; en
f. de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de leerling blijkt en de wijze waarop de leerling de leerdoelen van het praktijkgedeelte heeft behaald.
2. Subsidie op grond van artikel 10, derde lid, wordt slechts verstrekt voor zover:
a. de leerling een basisberoepsgerichte leerweg in het voortgezet onderwijs volgt die is ingericht als entreeopleiding als bedoeld in artikel 2.102 van de WVO 2020 en dat wordt verzorgd als beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB;
b. de beroepspraktijkvorming van de entreeopleiding voldoet aan het aantal klokuren, bedoeld in artikel 7.2.7, vierde lid, van de WEB;
c. de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de leerling door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een praktijkleerovereenkomst;
d. de volgende gegevens aan de Minister zijn geleverd, bedoeld in artikel 12 van de Wet register onderwijsdeelnemers: 1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
1°. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van deze wet;
2°. de basisgegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet; en
3°. de diplomagegevens, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van deze wet;
e. de werkgever beschikt over een gunstige beoordeling door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 1.5.3, tweede lid, van de WEB, dan wel over een positieve beoordeling beschikt van de Raad onderwijs arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 1.5.2, vierde en vijfde, lid van de WEB BES;
f. de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de leerling bij het praktijkgedeelte; en
g. de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de leerling blijkt en de wijze waarop de leerling de leerdoelen van het praktijkgedeelte heeft behaald.
3. De voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, en het tweede lid, onderdeel d, geldt niet voor gerealiseerde praktijkleerplaatsen op Bonaire.