BWBR0034129
Geldig vanaf 2013-12-01
Artikel 6
Beschikking verlening concessie postdienstverlening Caribisch Nederland
1. De concessiehouder haalt ten minste drie dagen per week poststukken op uit de voor het publiek bestemde brievenbussen en voert ten minste drie dagen per week overal in Caribisch Nederland een aflevering uit, behoudens voor zover:
a. de dag waarop volgens de op grond van artikel 14, onderdelen b en c, bekendgemaakte publieksinformatie poststukken uit de voor het publiek bestemde brievenbussen worden opgehaald onderscheidenlijk poststukken worden afgeleverd, valt op een algemeen erkende feestdag, of
b. de concessiehouder daartoe vanwege overmacht niet in staat is.
2. De universele postdiensten worden zodanig ingericht dat, daargelaten een situatie van overmacht van de concessiehouder, het vervoer van brieven die overeenkomstig de daartoe gestelde voorwaarden aan hem worden aangeboden voor standaard postvervoer binnen Caribisch Nederland per kalenderjaar voor het hierna vermelde percentage plaatsvindt binnen de hierna genoemde termijn:
[tabel]
waarbij met ‘D’ wordt bedoeld: de dag en het tijdstip waarop volgens de op grond van artikel 14, onderdeel b, bekendgemaakte publieksinformatie poststukken uit de voor het publiek bestemde brievenbussen worden opgehaald, en
waarbij met ‘E’ wordt bedoeld: een dag uitgezonderd een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag.
3. In geval van overmacht als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de minister aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering van de universele postdiensten.
4. De concessiehouder draagt zorg voor transparante en duidelijke voorlichting aan klanten over de overkomstduur en het belang van tijdige aanlevering van poststukken in geval van intereilandelijke postvervoer.
a. de dag waarop volgens de op grond van artikel 14, onderdelen b en c, bekendgemaakte publieksinformatie poststukken uit de voor het publiek bestemde brievenbussen worden opgehaald onderscheidenlijk poststukken worden afgeleverd, valt op een algemeen erkende feestdag, of
b. de concessiehouder daartoe vanwege overmacht niet in staat is.
2. De universele postdiensten worden zodanig ingericht dat, daargelaten een situatie van overmacht van de concessiehouder, het vervoer van brieven die overeenkomstig de daartoe gestelde voorwaarden aan hem worden aangeboden voor standaard postvervoer binnen Caribisch Nederland per kalenderjaar voor het hierna vermelde percentage plaatsvindt binnen de hierna genoemde termijn:
[tabel]
waarbij met ‘D’ wordt bedoeld: de dag en het tijdstip waarop volgens de op grond van artikel 14, onderdeel b, bekendgemaakte publieksinformatie poststukken uit de voor het publiek bestemde brievenbussen worden opgehaald, en
waarbij met ‘E’ wordt bedoeld: een dag uitgezonderd een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag.
3. In geval van overmacht als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de minister aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering van de universele postdiensten.
4. De concessiehouder draagt zorg voor transparante en duidelijke voorlichting aan klanten over de overkomstduur en het belang van tijdige aanlevering van poststukken in geval van intereilandelijke postvervoer.