BWBR0034129
Geldig vanaf 2013-12-01
Artikel 20
Beschikking verlening concessie postdienstverlening Caribisch Nederland
1. De concessiehouder informeert de minister tijdig over nieuwe ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat de concessiehouder niet langer de universele postdiensten kostendekkend kan uitvoeren met de bestaande tarieven of dat de concessiehouder niet langer een goede uitvoering van universele postdiensten kan waarborgen.
2. De concessiehouder verstrekt aan de ACM jaarlijks uiterlijk op 31 mei gegevens over het voorafgaande kalenderjaar over:
a. het aantal en de soort van de per eiland in het afgelopen jaar verleende universele postdiensten. Het aantal vervoerde poststukken wordt uitgesplitst naar de herkomst en de bestemming ervan;
b. de personeelskosten, uitgesplitst per: – eiland en
– kostensoort, waaronder de loonkosten en de pensioenlasten;
– eiland en
– kostensoort, waaronder de loonkosten en de pensioenlasten;
c. de voor de in artikel 6, tweede lid, bedoelde postdiensten gerealiseerde gemiddelde overkomstduur en de wijze waarop de concessiehouder invulling heeft gegeven aan de doelstelling voor intereilandelijk postvervoer;
d. het aantal voor het publiek bestemde brievenbussen, uitgesplitst per eiland;
e. een financiële verantwoording over de activiteiten die ter uitvoering van de universele postdiensten zijn verricht die is gebaseerd op de boekhouding, bedoeld in artikel 18.
3. De minister kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de voor de in artikel 6, tweede lid, bedoelde postdiensten gerealiseerde gemiddelde overkomstduur wordt vastgesteld.
4. De in het tweede lid bedoelde rapportage gaat vergezeld van een goedkeurende accountantsverklaring over de juistheid en volledigheid betreffende de op grond van het tweede lid verstrekte informatie en betreffende de naleving van artikel 18.
2. De concessiehouder verstrekt aan de ACM jaarlijks uiterlijk op 31 mei gegevens over het voorafgaande kalenderjaar over:
a. het aantal en de soort van de per eiland in het afgelopen jaar verleende universele postdiensten. Het aantal vervoerde poststukken wordt uitgesplitst naar de herkomst en de bestemming ervan;
b. de personeelskosten, uitgesplitst per: – eiland en
– kostensoort, waaronder de loonkosten en de pensioenlasten;
– eiland en
– kostensoort, waaronder de loonkosten en de pensioenlasten;
c. de voor de in artikel 6, tweede lid, bedoelde postdiensten gerealiseerde gemiddelde overkomstduur en de wijze waarop de concessiehouder invulling heeft gegeven aan de doelstelling voor intereilandelijk postvervoer;
d. het aantal voor het publiek bestemde brievenbussen, uitgesplitst per eiland;
e. een financiële verantwoording over de activiteiten die ter uitvoering van de universele postdiensten zijn verricht die is gebaseerd op de boekhouding, bedoeld in artikel 18.
3. De minister kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de voor de in artikel 6, tweede lid, bedoelde postdiensten gerealiseerde gemiddelde overkomstduur wordt vastgesteld.
4. De in het tweede lid bedoelde rapportage gaat vergezeld van een goedkeurende accountantsverklaring over de juistheid en volledigheid betreffende de op grond van het tweede lid verstrekte informatie en betreffende de naleving van artikel 18.