BWBR0034025
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 8
Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen 2014
De Minister kan het besluit tot afgifte van (een verlenging van) een EVC-verklaring intrekken. Dat is in ieder geval mogelijk indien naar zijn oordeel:
a. de door de EVC-aanbieder verstrekte gegevens achteraf zodanig onjuist blijken te zijn dat op het verzoek een ander besluit zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b. gebleken is dat een EVC-procedure niet langer voldoet aan de normtekst; of
c. sprake is van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten, die het intrekken van het besluit tot afgifte van een EVC-verklaring rechtvaardigen.
a. de door de EVC-aanbieder verstrekte gegevens achteraf zodanig onjuist blijken te zijn dat op het verzoek een ander besluit zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b. gebleken is dat een EVC-procedure niet langer voldoet aan de normtekst; of
c. sprake is van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten, die het intrekken van het besluit tot afgifte van een EVC-verklaring rechtvaardigen.