BWBR0033761
Geldig vanaf 2013-08-15
Artikel 5.3
Regeling cofinanciering sectorplannen
1. Indien een aanvraag tot cofinanciering van een sectorplan wordt goedgekeurd, kan een voorschot op het totale subsidiebedrag worden verstrekt.
2. Na goedkeuring van het sectorplan kan een voorschot van 10% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag worden verstrekt.
3. Iedere zes maanden na verlening van het eerste voorschot, kan op basis van het in de subsidiebeschikking bepaalde tijdpad een tussentijds voorschot worden verleend, tot een maximum van 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag.
4. De hoofdaanvrager doet binnen twee maanden na afloop van de periode van zes maanden waarvoor een voorschot is verleend melding aan de minister, als de subsidiabele kosten in die periode 75% of minder bedragen dan de in de subsidiebeschikking vermelde subsidiabele kosten voor die periode en de voorschotten per jaar gemiddeld € 200.000,– of meer bedragen.
5. De hoofdaanvrager doet onverwijld schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
6. De hoofdaanvrager kan bij de aanvraag van cofinanciering op het door de minister beschikbaar gestelde elektronisch formulier aangeven een voorschot te willen ontvangen. Indien de hoofdaanvrager heeft aangegeven geen voorschot te willen ontvangen, wordt deze niet toegekend.
2. Na goedkeuring van het sectorplan kan een voorschot van 10% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag worden verstrekt.
3. Iedere zes maanden na verlening van het eerste voorschot, kan op basis van het in de subsidiebeschikking bepaalde tijdpad een tussentijds voorschot worden verleend, tot een maximum van 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag.
4. De hoofdaanvrager doet binnen twee maanden na afloop van de periode van zes maanden waarvoor een voorschot is verleend melding aan de minister, als de subsidiabele kosten in die periode 75% of minder bedragen dan de in de subsidiebeschikking vermelde subsidiabele kosten voor die periode en de voorschotten per jaar gemiddeld € 200.000,– of meer bedragen.
5. De hoofdaanvrager doet onverwijld schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
6. De hoofdaanvrager kan bij de aanvraag van cofinanciering op het door de minister beschikbaar gestelde elektronisch formulier aangeven een voorschot te willen ontvangen. Indien de hoofdaanvrager heeft aangegeven geen voorschot te willen ontvangen, wordt deze niet toegekend.