BWBR0033761
Geldig vanaf 2013-08-15
Artikel 2.2
Regeling cofinanciering sectorplannen
1. De hoofdaanvrager dient namens een samenwerkingsverband een sectorplan in en vraagt hiervoor subsidie aan.
2. De hoofdaanvrager toont aan dat de aanvraag wordt ingediend namens een samenwerkingsverband waarvan de betrokken partijen in staat zijn om het sectorplan binnen de gestelde tijd uit te voeren.
3. De hoofdaanvrager toont aan dat hij gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
4. Als hoofdaanvrager kan optreden:
– een werkgeversorganisatie;
– een werknemersorganisatie;
– een O&O-fonds; of
– een Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven.
5. De hoofdaanvrager toont aan te beschikken over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, exclusief overhead als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid.
6. Indien de hoofdaanvrager niet beschikt over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, stelt het samenwerkingsverband zich garant voor een bedrag van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag.
7. Indien het aanwijzen van een hoofdaanvrager als bedoeld in het vierde lid niet mogelijk is, kan een sectorplan eveneens worden ingediend door een andere organisatie die als hoofdaanvrager optreedt, indien die daarbij aantoont:
a. dat het aanwijzen van één van de organisaties, genoemd in het vierde lid, voor de desbetreffende arbeidsmarktregio, sector of branche niet mogelijk is; en
b. dat het samenwerkingsverband zich garant stelt voor ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag.
2. De hoofdaanvrager toont aan dat de aanvraag wordt ingediend namens een samenwerkingsverband waarvan de betrokken partijen in staat zijn om het sectorplan binnen de gestelde tijd uit te voeren.
3. De hoofdaanvrager toont aan dat hij gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
4. Als hoofdaanvrager kan optreden:
– een werkgeversorganisatie;
– een werknemersorganisatie;
– een O&O-fonds; of
– een Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven.
5. De hoofdaanvrager toont aan te beschikken over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, exclusief overhead als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid.
6. Indien de hoofdaanvrager niet beschikt over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, stelt het samenwerkingsverband zich garant voor een bedrag van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag.
7. Indien het aanwijzen van een hoofdaanvrager als bedoeld in het vierde lid niet mogelijk is, kan een sectorplan eveneens worden ingediend door een andere organisatie die als hoofdaanvrager optreedt, indien die daarbij aantoont:
a. dat het aanwijzen van één van de organisaties, genoemd in het vierde lid, voor de desbetreffende arbeidsmarktregio, sector of branche niet mogelijk is; en
b. dat het samenwerkingsverband zich garant stelt voor ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag.