BWBR0033642
Geldig vanaf 08-07-2013
Artikel 2
Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO
1. De onderneming moet kunnen beschikken over een reële vestiging in Nederland. Een reële vestiging houdt in dat er sprake is van een werkelijke en duurzame vestiging. Dit is in ieder geval een vestiging met ruimte(n) waarin de documenten inzake de hoofdactiviteiten worden bewaard, met name de boekhoudkundige bescheiden, documenten inzake personeelsbeleid en gegevens over de rij- en rusttijden.
2. Er wordt een onderzoek verricht naar de reële vestiging wanneer er twijfel bestaat bij een aanvraag voor verlening of verlenging van een communautaire vergunning of nadien. Dit onderzoek kan zowel schriftelijk als ter plaatse worden ingesteld. Ter beoordeling van de reële vestiging kan de NIWO bewijsstukken van de vervoerder verlangen. De NIWO bekijkt de bewijsstukken in onderlinge samenhang.
3. Zodra de vergunning is verleend of verlengd en gewaarmerkte afschriften worden aangevraagd dienen er één of meer vrachtauto’s ter beschikking van de onderneming te staan, hetzij in volle eigendom, hetzij uit hoofde van een huurkoopovereenkomst of een huur- of lease-overeenkomst. Deze vrachtauto’s moeten zijn ingeschreven, of anderszins in het verkeer zijn toegelaten overeenkomstig de Nederlandse wetgeving.
4. De NIWO kan vragen om bewijs dat de vrachtauto’s ter beschikking van de onderneming staan. In ieder geval zullen bewijsstukken worden opgevraagd:
a. indien er sprake is van aanwijzingen van fraude;
b. bij substantiële uitbreiding van het wagenpark.
5. Indien de NIWO vaststelt dat niet langer aan de eis van reële vestiging wordt voldaan, kan er op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om aan te tonen dat er sprake is van een reële vestiging.
6. De in lid 5 bedoelde termijn vangt bij een aanvraag voor verlenging van een communautaire vergunning aan met ingang van de dag na die waarop een communautaire vergunning expireert.
7. Indien de in lid 5 bedoelde termijn wordt verleend, wordt een communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.
2. Er wordt een onderzoek verricht naar de reële vestiging wanneer er twijfel bestaat bij een aanvraag voor verlening of verlenging van een communautaire vergunning of nadien. Dit onderzoek kan zowel schriftelijk als ter plaatse worden ingesteld. Ter beoordeling van de reële vestiging kan de NIWO bewijsstukken van de vervoerder verlangen. De NIWO bekijkt de bewijsstukken in onderlinge samenhang.
3. Zodra de vergunning is verleend of verlengd en gewaarmerkte afschriften worden aangevraagd dienen er één of meer vrachtauto’s ter beschikking van de onderneming te staan, hetzij in volle eigendom, hetzij uit hoofde van een huurkoopovereenkomst of een huur- of lease-overeenkomst. Deze vrachtauto’s moeten zijn ingeschreven, of anderszins in het verkeer zijn toegelaten overeenkomstig de Nederlandse wetgeving.
4. De NIWO kan vragen om bewijs dat de vrachtauto’s ter beschikking van de onderneming staan. In ieder geval zullen bewijsstukken worden opgevraagd:
a. indien er sprake is van aanwijzingen van fraude;
b. bij substantiële uitbreiding van het wagenpark.
5. Indien de NIWO vaststelt dat niet langer aan de eis van reële vestiging wordt voldaan, kan er op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om aan te tonen dat er sprake is van een reële vestiging.
6. De in lid 5 bedoelde termijn vangt bij een aanvraag voor verlenging van een communautaire vergunning aan met ingang van de dag na die waarop een communautaire vergunning expireert.
7. Indien de in lid 5 bedoelde termijn wordt verleend, wordt een communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033642
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl