BWBR0033593
Geldig vanaf 2013-10-01
Artikel 21
Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016
1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op subsidieaanvragen. De subsidieverlening geschiedt op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie.
2. De bijdrage van een eventuele honorering van de aanvraag aan een evenwichtige spreiding over de betrokken lerarenopleidingen en aan de spreiding over Nederland maakt deel uit van de geschiktheid.
3. Indien het verlenen van de subsidie aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, verdeelt de minister het beschikbare bedrag op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.
2. De bijdrage van een eventuele honorering van de aanvraag aan een evenwichtige spreiding over de betrokken lerarenopleidingen en aan de spreiding over Nederland maakt deel uit van de geschiktheid.
3. Indien het verlenen van de subsidie aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, verdeelt de minister het beschikbare bedrag op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.