BWBR0033593
Geldig vanaf 2013-10-01
Artikel 11
Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016
1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op subsidieaanvragen. De subsidieverlening geschiedt op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie.
2. De bijdrage van een eventuele honorering van de aanvraag aan een evenwichtige spreiding van de projecten over Nederland is voor de sectoren po en vo onderdeel van de geschiktheidsbeoordeling.
3. Indien het verlenen van de subsidie uit het budget voor de onderwijssector bve, bedoeld in artikel 8, onder c, aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, verdeelt de minister het beschikbare bedrag achtereenvolgens in de volgende stappen:
a. per deelnemende hogeschool of universiteit komt één door de betreffende hogeschool of universiteit aan te wijzen samenwerkingsverband in aanmerking voor subsidie;
b. indien nog een bedrag resteert, komen vervolgens aanvragen in aanmerking van samenwerkingsverbanden die deelnemen aan het project ‘Opleiden in de school MBO’ als genoemd in bijlage 1.
4. Indien het verlenen van de subsidie aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid, onverminderd het derde lid, zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, verdeelt de minister het beschikbare bedrag op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.
2. De bijdrage van een eventuele honorering van de aanvraag aan een evenwichtige spreiding van de projecten over Nederland is voor de sectoren po en vo onderdeel van de geschiktheidsbeoordeling.
3. Indien het verlenen van de subsidie uit het budget voor de onderwijssector bve, bedoeld in artikel 8, onder c, aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, verdeelt de minister het beschikbare bedrag achtereenvolgens in de volgende stappen:
a. per deelnemende hogeschool of universiteit komt één door de betreffende hogeschool of universiteit aan te wijzen samenwerkingsverband in aanmerking voor subsidie;
b. indien nog een bedrag resteert, komen vervolgens aanvragen in aanmerking van samenwerkingsverbanden die deelnemen aan het project ‘Opleiden in de school MBO’ als genoemd in bijlage 1.
4. Indien het verlenen van de subsidie aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid, onverminderd het derde lid, zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, verdeelt de minister het beschikbare bedrag op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.