BWBR0033459
Geldig vanaf 08-03-2013
Artikel 3
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen 2013
1. Aan de technisch coördinator, de regiohoofden, de teamleiders, de vakspecialisten, de keurmeesters, de medewerkers INF, de medewerkers LAB, de controleurs en de monsternemers van de NAK wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. de verklaring, bedoeld in artikel 12, tiende lid, van de regeling;
b. het plantenpaspoort, bedoeld in artikel 6 van de regeling;
c. de verklaring, bedoeld in artikel 12b van het besluit;
d. de routinematige monitoring op de aanwezigheid van schadelijke organismen op grond van artikel 3 van de wet en het op verzoek van de minister verrichten van overige werkzaamheden die verband houden met de aanwezigheid van een schadelijk organisme.
2. Aan de medewerkers INF en medewerkers LAB van de NAK wordt tevens, ieder voor zich, machtiging verleend voor het mededelen van de uitslagen van de onderzoeken als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de regeling.
3. Aan de medewerkers INF en medewerkers LAB van de NAK wordt voorts, ieder voor zich, machtiging verleend voor het verrichten van overige handelingen als bedoeld in artikel 20b van de regeling.
a. de verklaring, bedoeld in artikel 12, tiende lid, van de regeling;
b. het plantenpaspoort, bedoeld in artikel 6 van de regeling;
c. de verklaring, bedoeld in artikel 12b van het besluit;
d. de routinematige monitoring op de aanwezigheid van schadelijke organismen op grond van artikel 3 van de wet en het op verzoek van de minister verrichten van overige werkzaamheden die verband houden met de aanwezigheid van een schadelijk organisme.
2. Aan de medewerkers INF en medewerkers LAB van de NAK wordt tevens, ieder voor zich, machtiging verleend voor het mededelen van de uitslagen van de onderzoeken als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de regeling.
3. Aan de medewerkers INF en medewerkers LAB van de NAK wordt voorts, ieder voor zich, machtiging verleend voor het verrichten van overige handelingen als bedoeld in artikel 20b van de regeling.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033459
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl