BWBR0033417
Geldig vanaf 01-04-2013
Artikel 16
Beleidsregel internationaal personenvervoer per spoor
1. In de economische analyse van Concessies niet zijnde de Hoofdrailnetconcessie, beoordeelt de ACM de verhouding van het aantal reizigers dat de betrokken Concessiehouder verliest als gevolg van al het nieuwe Grensoverschrijdend openbaar vervoer per trein dat zonder Concessie naar verwachting plaatsvindt of zal plaatsvinden ten opzichte van het aantal reizigers van het openbaar vervoer dat op basis van de betrokken Concessie wordt uitgevoerd.
2. Tevens beoordeelt de ACM in de economische analyse de verhouding van de wegvallende omzet van de betrokken Concessiehouder als gevolg van al het nieuwe Grensoverschrijdend openbaar vervoer per trein dat zonder Concessie naar verwachting plaatsvindt of zal plaatsvinden ten opzichte van de omzet die deze Concessiehouder genereert op basis van de betrokken Concessie.
3. De ACM beoordeelt het Economisch evenwicht gedurende de eerste vijf jaar na het potentiële begin van het nieuwe Grensoverschrijdend vervoer.
4. De ACM acht een afname van de omzet of van het aantal reizigers betekenisvol in de zin van artikel 6 van het Besluit, wanneer uit de hierboven, in lid 1 en 2, bedoelde economische analyse een vermindering van omzet of reizigers volgt van meer dan 1,7 procent per jaar gedurende de eerste 5 jaar van de uitvoering door de Nieuwe Aanbieder.
5. De ACM beoordeelt alleen het Economisch evenwicht gedurende de resterende looptijd van een tussen Concessieverlener en Concessiehouder overeengekomen Concessie.
6. Indien in de Concessie expliciet is geregeld dat de Concessiehouder cabotage door Nieuwe aanbieders dient te gedogen, veronderstelt de ACM dat het Economisch evenwicht niet in gedrang kan komen.
2. Tevens beoordeelt de ACM in de economische analyse de verhouding van de wegvallende omzet van de betrokken Concessiehouder als gevolg van al het nieuwe Grensoverschrijdend openbaar vervoer per trein dat zonder Concessie naar verwachting plaatsvindt of zal plaatsvinden ten opzichte van de omzet die deze Concessiehouder genereert op basis van de betrokken Concessie.
3. De ACM beoordeelt het Economisch evenwicht gedurende de eerste vijf jaar na het potentiële begin van het nieuwe Grensoverschrijdend vervoer.
4. De ACM acht een afname van de omzet of van het aantal reizigers betekenisvol in de zin van artikel 6 van het Besluit, wanneer uit de hierboven, in lid 1 en 2, bedoelde economische analyse een vermindering van omzet of reizigers volgt van meer dan 1,7 procent per jaar gedurende de eerste 5 jaar van de uitvoering door de Nieuwe Aanbieder.
5. De ACM beoordeelt alleen het Economisch evenwicht gedurende de resterende looptijd van een tussen Concessieverlener en Concessiehouder overeengekomen Concessie.
6. Indien in de Concessie expliciet is geregeld dat de Concessiehouder cabotage door Nieuwe aanbieders dient te gedogen, veronderstelt de ACM dat het Economisch evenwicht niet in gedrang kan komen.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033417
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl