BWBR0033417
Geldig vanaf 01-04-2013
Artikel 11
Beleidsregel internationaal personenvervoer per spoor
1. Ter uitvoering van de kwantitatieve analyse, bedoeld in artikel 2 lid 2 van het Besluit, berekent de ACM:
a. de verhouding tussen het aantal buiten Nederland gelegen treinkilometers en het totaal aantal treinkilometers van het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer.
b. de verhouding tussen het aantal Internationale reizigers ten opzichte van de som van het aantal Nationale en Internationale reizigers.
c. de verhouding tussen de nominale opbrengst van de tickets en reserveringen van Internationale reizigers ten opzichte van de nominale opbrengst van de som van de tickets en reserveringen van Nationale en Internationale reizigers.
2. De ACM beschouwt als ‘marktontwikkeling’, als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit, in elk geval de ontwikkeling in het aantal reizigers van het Grensoverschrijdend vervoer, als van het aantal Nationale reizigers en betrekt deze in zijn berekeningen.
3. Ter uitvoering van de kwalitatieve analyse, bedoeld in artikel 2 lid 2 van het Besluit, beoordeelt de ACM als ‘dienstverleningsontwikkeling’, als bedoeld in dat artikel, in elk geval de ontwikkeling van het aanbod van het Grensoverschrijdend vervoer van de Nieuwe aanbieder.
4. De ACM houdt bij de vaststelling van het Hoofddoel rekening met de gegevens van de eerste vijf dienstregelingjaren. Indien redelijkerwijs de verwachting is dat de dienstregeling, het aantal grensoverschrijdende reizigers en/of de omzet uit het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer na de eerste vijf jaar van exploitatie significant af zal wijken van de eerste vijf jaar, kan de ACM ook navolgende jaren in aanmerking nemen.
a. de verhouding tussen het aantal buiten Nederland gelegen treinkilometers en het totaal aantal treinkilometers van het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer.
b. de verhouding tussen het aantal Internationale reizigers ten opzichte van de som van het aantal Nationale en Internationale reizigers.
c. de verhouding tussen de nominale opbrengst van de tickets en reserveringen van Internationale reizigers ten opzichte van de nominale opbrengst van de som van de tickets en reserveringen van Nationale en Internationale reizigers.
2. De ACM beschouwt als ‘marktontwikkeling’, als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit, in elk geval de ontwikkeling in het aantal reizigers van het Grensoverschrijdend vervoer, als van het aantal Nationale reizigers en betrekt deze in zijn berekeningen.
3. Ter uitvoering van de kwalitatieve analyse, bedoeld in artikel 2 lid 2 van het Besluit, beoordeelt de ACM als ‘dienstverleningsontwikkeling’, als bedoeld in dat artikel, in elk geval de ontwikkeling van het aanbod van het Grensoverschrijdend vervoer van de Nieuwe aanbieder.
4. De ACM houdt bij de vaststelling van het Hoofddoel rekening met de gegevens van de eerste vijf dienstregelingjaren. Indien redelijkerwijs de verwachting is dat de dienstregeling, het aantal grensoverschrijdende reizigers en/of de omzet uit het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer na de eerste vijf jaar van exploitatie significant af zal wijken van de eerste vijf jaar, kan de ACM ook navolgende jaren in aanmerking nemen.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033417
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl