BWBR0033369
Geldig vanaf 2012-09-20
Artikel 5
Instellingsbesluit Commissie van Toezicht Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit
1. De commissie vergadert zo vaak de commissie dat nodig acht, met dien verstande dat de commissie ten minste twee keer per kalenderjaar vergadert met het bestuur.
2. Aan het begin van ieder kalenderhalfjaar, doch voor eind februari respectievelijk eind september, zal de commissie schriftelijk rapporteren aan de staatssecretaris en de minister over de bevindingen van de in artikel 3genoemde taken en bevoegdheden, met een afschrift aan het bestuur. De commissie kan deze rapportage mondeling toelichten aan de staatssecretaris en de minister. De voorzitter van het bestuur wordt in dat geval voor deze toelichting uitgenodigd.
3. De staatssecretaris voorziet in administratieve ondersteuning van de commissie.
4. Ten minste drie weken voor de vergadering van de commissie ontvangen de leden van de commissie de uitnodiging voor de vergadering die vergezeld moet gaan van:
a. de agenda met daarop de onderwerpen waarover tijdens de vergadering een oordeel zal worden gevormd;
b. de stukken die betrekking hebben op de vergaderonderwerpen.
5. Van iedere vergadering van de commissie worden notulen bijgehouden.
6. De commissie vergadert voltallig.
7. De commissie oordeelt bij unanimiteit.
2. Aan het begin van ieder kalenderhalfjaar, doch voor eind februari respectievelijk eind september, zal de commissie schriftelijk rapporteren aan de staatssecretaris en de minister over de bevindingen van de in artikel 3genoemde taken en bevoegdheden, met een afschrift aan het bestuur. De commissie kan deze rapportage mondeling toelichten aan de staatssecretaris en de minister. De voorzitter van het bestuur wordt in dat geval voor deze toelichting uitgenodigd.
3. De staatssecretaris voorziet in administratieve ondersteuning van de commissie.
4. Ten minste drie weken voor de vergadering van de commissie ontvangen de leden van de commissie de uitnodiging voor de vergadering die vergezeld moet gaan van:
a. de agenda met daarop de onderwerpen waarover tijdens de vergadering een oordeel zal worden gevormd;
b. de stukken die betrekking hebben op de vergaderonderwerpen.
5. Van iedere vergadering van de commissie worden notulen bijgehouden.
6. De commissie vergadert voltallig.
7. De commissie oordeelt bij unanimiteit.