BWBR0033308
Geldig vanaf 2013-04-24
Artikel 3
Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep
1. Een aanvraag wordt uiterlijk op 22 mei 2013 om 14.00 uur per post ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:
Agentschap Telecom
Ter attentie van: projectteam uitgifte kavels A7, B38 en C08
Emmasingel 1
9726 AH Groningen
2. De aanvraag omvat een bod voor elke vergunning waarop de aanvraag betrekking heeft. Het bod kan na indiening van de aanvraag niet worden aangepast. Het bod is onvoorwaardelijk voor zover dit het eerste bod, bedoeld in bijlage 1, betreft.
3. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.
4. Met elkaar verbonden instellingen als bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008dienen maar één aanvraag in.
5. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het als bijlage 1bij deze regeling gevoegde model en gaat vergezeld van de in bijlage 1 bedoelde gegevens en bescheiden.
6. Bij de aanvraag maakt de aanvrager van vergunning kavel B38 of vergunning kavel C08 kenbaar of hij aan de in nationale voetnoot 004 van het Nationaal Frequentieplan 2005 bedoelde koppeling voldoet en blijft voldoen:
a. door middel van een vergunning allotment 7A; of
b. door middel van doorgifte op basis van een doorgifte-overeenkomst.
7. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
8. De aanvrager informeert de minister per brief, die wordt geadresseerd op de in het eerste lid genoemde wijze, onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in bijlage 1bedoelde gegevens en bescheiden, onverlet het tweede lid.
9. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
10. Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2005 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel A7 zijn aanvraag vergezeld gaan van een aanvraag voor vergunning kavel 11C.
Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2005 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel B38 of vergunning kavel C08, uitgaand van zijn in het zesde lid bedoelde keuze, zijn aanvraag vergezeld gaan van een aanvraag voor vergunning allotment 7A dan wel een kopie van een door hem gesloten doorgifte-overeenkomst die voldoet aan het gestelde in bijlage 2.
Indien de aanvrager zowel vergunning kavel B38 als vergunning kavel C08 aanvraagt, vraagt hij ten hoogste één vergunning voor allotment 7A aan.
11. Het zesde en tiende lid zijn niet van toepassing op:
a. de aanvrager van vergunning kavel B38 die reeds houder is van een vergunning voor ten minste een achttiende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 188,160 MHz – 189,696 MHz (allotment 7A), en
b. de aanvrager van vergunning kavel C08 die reeds houder is van een vergunning voor ten minste een achttiende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 188,160 MHz – 189,696 MHz (allotment 7A) of van een vergunning voor ten minste een negende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 219,584 MHz – 221,120 MHz (kavel 11C).
Agentschap Telecom
Ter attentie van: projectteam uitgifte kavels A7, B38 en C08
Emmasingel 1
9726 AH Groningen
2. De aanvraag omvat een bod voor elke vergunning waarop de aanvraag betrekking heeft. Het bod kan na indiening van de aanvraag niet worden aangepast. Het bod is onvoorwaardelijk voor zover dit het eerste bod, bedoeld in bijlage 1, betreft.
3. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.
4. Met elkaar verbonden instellingen als bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008dienen maar één aanvraag in.
5. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het als bijlage 1bij deze regeling gevoegde model en gaat vergezeld van de in bijlage 1 bedoelde gegevens en bescheiden.
6. Bij de aanvraag maakt de aanvrager van vergunning kavel B38 of vergunning kavel C08 kenbaar of hij aan de in nationale voetnoot 004 van het Nationaal Frequentieplan 2005 bedoelde koppeling voldoet en blijft voldoen:
a. door middel van een vergunning allotment 7A; of
b. door middel van doorgifte op basis van een doorgifte-overeenkomst.
7. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
8. De aanvrager informeert de minister per brief, die wordt geadresseerd op de in het eerste lid genoemde wijze, onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in bijlage 1bedoelde gegevens en bescheiden, onverlet het tweede lid.
9. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
10. Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2005 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel A7 zijn aanvraag vergezeld gaan van een aanvraag voor vergunning kavel 11C.
Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2005 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel B38 of vergunning kavel C08, uitgaand van zijn in het zesde lid bedoelde keuze, zijn aanvraag vergezeld gaan van een aanvraag voor vergunning allotment 7A dan wel een kopie van een door hem gesloten doorgifte-overeenkomst die voldoet aan het gestelde in bijlage 2.
Indien de aanvrager zowel vergunning kavel B38 als vergunning kavel C08 aanvraagt, vraagt hij ten hoogste één vergunning voor allotment 7A aan.
11. Het zesde en tiende lid zijn niet van toepassing op:
a. de aanvrager van vergunning kavel B38 die reeds houder is van een vergunning voor ten minste een achttiende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 188,160 MHz – 189,696 MHz (allotment 7A), en
b. de aanvrager van vergunning kavel C08 die reeds houder is van een vergunning voor ten minste een achttiende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 188,160 MHz – 189,696 MHz (allotment 7A) of van een vergunning voor ten minste een negende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 219,584 MHz – 221,120 MHz (kavel 11C).