BWBR0033146
Geldig vanaf 01-06-2012
Artikel 7
Bestuursreglement kansspelautoriteit
1. Een bestuurslid heeft het recht van verschoning indien hij van mening is dat zijn onpartijdigheid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn. Indien hij van het recht van verschoning gebruik maakt, doet hij hiervan mededeling aan de voorzitter dan wel, indien het de voorzitter betreft, de plaatsvervangend voorzitter.
2. Indien de raad van mening is dat de onpartijdigheid van een bestuurslid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van de raad met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan de raad besluiten een bestuurslid ongevraagd verschoning te verlenen.
3. Indien de in het eerste of het tweede lid beschreven situatie zich voordoet, neemt het desbetreffende bestuurslid geen deel aan de behandeling van en de besluitvorming over de desbetreffende aangelegenheid. Daarvan wordt mededeling gedaan in het in artikel 5 bedoelde verslag.
2. Indien de raad van mening is dat de onpartijdigheid van een bestuurslid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van de raad met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan de raad besluiten een bestuurslid ongevraagd verschoning te verlenen.
3. Indien de in het eerste of het tweede lid beschreven situatie zich voordoet, neemt het desbetreffende bestuurslid geen deel aan de behandeling van en de besluitvorming over de desbetreffende aangelegenheid. Daarvan wordt mededeling gedaan in het in artikel 5 bedoelde verslag.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033146
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl