BWBR0033014
Geldig vanaf 2013-03-20
Artikel 2
Beleidsregels tijdelijk niet-handhaven bij ETS luchtvaart
1. Ten aanzien van een vliegtuigexploitant waarop afdeling 16.2.2 van de wetvan toepassing is, legt het bestuur van de emissieautoriteit geen last onder dwangsom of bestuurlijke boete op grond van artikel 18.6aonderscheidenlijk artikel 18.16a, eerste en tweede lid, van de wetop wegens overtreding van de artikelen 16.39c, 16.39een 16.39fonderscheidenlijk artikel 16.39t van de wetvoor zover uit laatstbedoelde bepalingen verplichtingen voortvloeien voor de kalenderjaren 2010, 2011 en 2012, betrekking hebbend op in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten opgenomen luchtvaartactiviteiten waarvoor die vliegtuigexploitant verantwoordelijk is. De eerste volzin is uitsluitend van toepassing indien de vliegtuigexploitant bij de emissieautoriteit het door de Europese Commissie bekendgemaakte aantal broeikasgasemissierechten heeft teruggestort dat overeenkomt met de hoeveelheid broeikasgasemissierechten die voor het kalenderjaar 2012 kosteloos zijn toegewezen en verleend voor luchtvaartactiviteiten als bedoeld in de eerste volzin waarvoor die vliegtuigexploitant verantwoordelijk is of indien aan de vliegtuigexploitant voor het kalenderjaar 2012 voor bedoelde luchtvaartactiviteiten geen kosteloos toegewezen broeikasgasemissierechten zijn verleend. Het terugstorten van broeikasgasemissierechten, bedoeld in de tweede volzin, geschiedt binnen 30 dagen na de dag waarop het Besluit van het Europees Parlement en van de Raad tot tijdelijke afwijking van Richtlijn 2003/87/EGvan het Europees Parlement en van de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (COM(2012) 697), 2Zie: http://ec.europa.eu/clima/policies/transport/aviation/docs/com_2012_697_en.pdfnadat dit is vastgesteld, in werking is getreden.
2. Het eerste lid geldt voor vluchten die vertrekken vanaf of aankomen op een luchtvaartterrein op het grondgebied van landen die niet behoren tot de Europese Economische Ruimte. Het eerste lid geldt niet voor:
a. vluchten tussen landen die behoren tot de Europese Economische Ruimte, en
b. vluchten tussen de onder a bedoelde landen enerzijds en landen en gebieden overzee, Zwitserland en Kroatië anderzijds.
2. Het eerste lid geldt voor vluchten die vertrekken vanaf of aankomen op een luchtvaartterrein op het grondgebied van landen die niet behoren tot de Europese Economische Ruimte. Het eerste lid geldt niet voor:
a. vluchten tussen landen die behoren tot de Europese Economische Ruimte, en
b. vluchten tussen de onder a bedoelde landen enerzijds en landen en gebieden overzee, Zwitserland en Kroatië anderzijds.